Melatonine wordt in de pijnappelklier gemaakt en is essentieel voor onze gezondheid. Het staat erom bekend dat het voor een goede en regelmatige slaap zorgt. Minder bekend is echter dat melatonine als antioxidant beschermt tegen schadelijke effecten van straling en giftige stoffen. Melatonine beschermt bovendien tegen het ontstaan van fouten in het DNA tijdens de celdeling. Het verouderingsproces wordt zo afgeremd en ziekten als kanker ontstaan minder snel. Nog een wetenswaardigheid is dat een gezonde melatoninespiegel van zwangere vrouwen het risico verlaagt op het krijgen van een kind met autisme of een verstandelijke beperking.

Melatonine is pas in 1958 ontdekt door dokter Aaron Lerner, gespecialiseerd in huidziekten. Hij gaf het de naam melatonine, een samenvoeging van de Griekse woorden melanos (= zwart) en tonos (=kleur), omdat na inspuiten bij kikkers de kleur van hun huid veranderde.

In 1963 werd ontdekt dat melatonine vooral wordt aangemaakt als het donker is, doordat ratten die continu in een verlichte omgeving leven bijna geen melatonine maken. En in 1975 werd ook bij de mens vastgesteld dat de aanmaak van melatonine een dag-nachtritme heeft en dat de melatoninespiegels ’s nachts ten minste tienmaal hoger zijn dan overdag.

Over melatonine valt heel veel meer te vertellen. Op het Wetenschappelijk Melatonineplatform kun je lezen wat melatonine allemaal voor je lichaam betekent, hoe en wanneer je het kunt gebruiken. Wij baseren ons hierbij op wetenschappelijke informatie uit onderzoek en publicaties in wetenschappelijke tijdschriften.

Deze website is samengesteld door dr. Wiebe Braam, die zich al meer dan twintig jaar bezighoudt met de behandeling van slaapproblemen met melatonine. In 2010 promoveerde hij op dat onderwerp. Hij doet bovendien onderzoek naar de rol van melatoninetekort bij het ontstaan van autisme.

De rol van melatonine bij de ontwikkeling van autisme

In verschillende studies is vastgesteld dat kinderen en volwassenen met een autistismespectrumstoornis (ASS) lagere melatoninespiegels hebben. Dat komt doordat ze ’s avonds en ’s nachts in de pijnappelklier minder melatonine aanmaken. Algemeen wordt aangenomen dat dit een verklaring is waarom slaapproblemen zo vaak voorkomen bij kinderen met ASS. Melatonine is niet alleen nodig voor de slaap, het is bovendien uitermate belangrijk voor de ontwikkeling van de hersenen. De vraag is daarom in hoeverre lage melatoninespiegels bijdragen aan de ontwikkeling van ASS.

Japanse en Chinese wetenschappers hebben alle tot nu toe gepubliceerde onderzoeken naar de rol van melatoninetekort bij het ontstaan van ASS onderzocht. Ze trokken de conclusie dat melatoninetekort op tenminste drie verschillende manieren kan bijdragen aan het ontstaan van ASS. Behalve dat melatonine een essentiële functie heeft bij de groei van zenuwbanen in de hersenen, beschermt het door zijn werking als antioxidant ook tegen de invloed van schadelijke stoffen in de omgeving. Melatonine beschermt bovendien de chromosomen tegen beschadigingen die kunnen leiden tot aangeboren afwijkingen. Dat kan verklaren waarom er bij kinderen met ASS zoveel verschillende chromosoomafwijkingen worden gevonden, terwijl de verschijnselen van ASS bij hen allemaal min of meer hetzelfde zijn. Het is daarom van belang niet alleen te kijken naar de melatoninespiegel van een kind met ASS, maar ook naar de melatoninespiegel van zijn moeder (en vader). Een aantal onderzoeken wijst uit dat moeders van kinderen met ASS lage melatoninespiegels hebben. Daaruit blijkt dat moeders met een lage melatoninespiegel een grotere kans hebben op het krijgen van een kind met ASS.

Er is ook een verband tussen de mate van ASS, de aanwezigheid van een verstandelijke beperking en de hoogte van de melatoninespiegel. Hoe lager de melatoninespiegel bij een kind met ASS is, hoe groter de kans is op een ernstigere mate van autisme plus van een ontwikkelingsachterstand.  

De Japanse en Chinese wetenschappers concluderen dat lage melatoninespiegels betrokken zijn bij het ontstaan van ASS en dat naarmate de melatoninespiegels lager zijn, dit kan leiden tot ernstiger vormen van ASS. Een beter begrip van de rol van melatoninetekort bij ASS kan leiden tot een betere behandeling en mogelijk preventie van ASS. Deze conclusies werden overigens in 2018 reeds door de Nederlandse arts Wiebe Braam geformuleerd.

Oorzaak ASS is erg ingewikkeld

ASS wordt veroorzaakt door een combinatie van genetische en omgevingsfactoren. Bij 70 procent van de mensen met ASS is sprake van een verstandelijke beperking. Er zijn inmiddels ruim 800 genetische variaties gevonden als potentiële veroorzakers, maar niet één daarvan is verantwoordelijk voor meer dan 1 procent van de gevallen van ASS. Er bestaat dus niet één specifiek ‘autismegen’.

Lage melatoninespiegels bij de moeder

Lage melatoninespiegels worden vaak bij ASS gevonden. Hoe lager de melatoninespiegel, des te ernstiger de ASS-verschijnselen zijn. Er bestaat dus een omgekeerde relatie tussen melatonine en ASS. Dit past bij de kennis over de rol van melatonine bij de hersenontwikkeling van het ongeboren kind in de baarmoeder. Bovendien weten we dat melatonine de hersenen tijdens tijdens de geboorte beschermt tegen schade door tijdelijk zuurstofgebrek. Omdat het ongeboren kind vóór de geboorte niet in staat is zelf melatonine aan te maken, is het geheel afhankelijk van de melatonine die het via de placenta ontvangt. Dat verklaart waarom lage melatoninespiegels van de moeder een rol kunnen spelen bij de ontwikkeling van ASS bij het kind.
De pasgeborene is pas na ongeveer drie maanden in staat zelf melatonine aan te maken en is tot die tijd afhankelijk van de melatonine die hij via de moedermelk ontvangt. De ervaring leert dat baby’s die geen borstvoeding krijgen een groter risico op ASS hebben.

ASS en behandeling met melatonine

Als uit onderzoek bekend is dat er een omgekeerd verband bestaat tussen de hoogte van de melatoninespiegel en de ernst van de ASS-verschijnselen, ligt het voor de hand dit tekort bij kinderen met lage melatoninespiegels aan te vullen. Er is voldoende bewijs dat behandeling met melatonine kinderen met ASS en slaapproblemen helpt. Veel publicaties noemen melatonine zelfs eerste keus.
Melatonine kan ook helpen bij andere problemen die bij ASS spelen. Zo kan melatonine een gunstige invloed hebben op sociaal gedrag, stijfkoppigheid of starheid in gedrag, driftbuien, angsten en snel bang worden. Waarschijnlijk heeft een deel van de gunstige invloed van melatonine op het gedrag  te maken met een verbetering van de slaap. In theorie zou langduriger gebruik van melatonine ook een gunstige invloed kunnen hebben op de totale ontwikkeling, maar zoiets is moeilijk te onderzoeken.

Problemen met gebruik van melatonine bij ASS

Een belangrijke, maar weinig bekende bijwerking van melatonine, is dat na enkele weken gebruik ervan, het effect vermindert en de slaapproblemen opnieuw de kop opsteken. Oorzaak hiervan is een stoornis in de afbraak van melatonine. Als melatonine te traag wordt afgebroken ontstaan ’s nachts en overdag zeer hoge melatoninespiegels. Dit leidt – paradoxaal genoeg – tot een ontregeling van het slaap-waakritme. Mensen bij wie dat het geval is worden vaak wakker ’s nachts. De dosis moet dan worden verlaagd in plaats van verhoogd. Zie hiervoor de adviezen op deze website.

Bronnen

Wu ZY, Huang SD, Zou JJ, Wang QX, Naveed M, Bao HN, Wang W, Fukunaga K, Han F. Autism spectrum disorder (ASD): Disturbance of the melatonin system and its implications. Biomed Pharmacother. 2020 Oct;130:110496.

Lalanne S, Fougerou-Leurent C, Anderson GM, Schroder CM, Nir T, Chokron S, Delorme R, Claustrat B, Bellissant E, Kermarrec S, Franco P, Denis L, Tordjman S. Melatonin: From Pharmacokinetics to Clinical Use in Autism Spectrum Disorder. Int J Mol Sci. 2021 Feb 2;22(3):1490.

Braam W, Ehrhart F, Maas APHM, Smits MG, Curfs L. Low maternal melatonin level increases autism spectrum disorder risk in children. Res Dev Disabil. 2018 Nov;82:79-89.

Wiebe Braam, Friederike Ehrhart, Anneke P.H.M. Maas, Marcel G. Smits, Leopold Curfs. Lage melatoninespiegel bij moeder vergroot risico op autisme bij haar kind. TAVG 2018 Sept;36:98-102.

+