Oorzaken van een te lage melatoninespiegel

Een melatoninetekort (hypomelatoninemie) wordt gedefinieerd als een te lage melatoninepiek ’s nachts, of een te lage totale melatonineproductie ’s nachts, in vergelijking tot de ‘normale’ waarden passend bij de leeftijd. Het probleem is echter dat er geen internationaal aanvaarde ‘normaalwaarden’ zijn vastgesteld.

De hoogte van de nachtelijke melatoninepiek en de totale hoeveelheid die ’s nachts wordt aangemaakt verschillen van persoon tot persoon en zijn genetisch bepaald. Voor elk individu is de melatonineproductie constant, al neemt die na de puberteit met gemiddeld 2,5 procent per jaar af.

Aangeboren te lage melatoninespiegels (primaire hypomelatoninemie) zijn zeldzaam. Er is dan bijvoorbeeld sprake van aanlegstoornissen van de pijnappelklier of van genetische aandoeningen waarbij er een tekort bestaat van de enzymen die betrokken zijn bij de aanmaak van melatonine.

Melatoninetekort als gevolg van een ziekte (secundaire hypomelatoninemie) komt vaker voor. Te denken valt aan (ernstig) hersenletsel, beschadigingen van de nek of een hoge dwarslaesie.  Verder kunnen ook neurodegeneratieve ziekten als alzheimer en parkinson leiden tot lagere melatonineaanmaak. Ook zijn er medicijnen die de aanmaak van melatonine afremmen, zoals bètablokkers en calciumantagonisten.

Bij slaaptekort (slaapdeprivatie) is de melatonineproductie van een individu lager. Bij een uur korter slapen dan gebruikelijk neemt de melatonineproductie al meetbaar af. Te kort slapen leidt bij mensen met diabetes type 2 dan ook meetbaar tot verhoogde insulineresistentie en toename van het lichaamsgewicht. Ook mensen met wisselende werktijden (ploegendienst) maken op de dagen van de nachtdienst minder melatonine aan.

De plaats op aarde heeft invloed op de hoeveelheid melatonine die ’s nachts wordt aangemaakt. In de winter (langere nachten) is de totale aanmaak wat hoger dan in de zomer. Op hogere breedtegraden (richting poolcirkel) is de aanmaak groter dan richting evenaar. Binnen een klein gebied als Nederland zijn er  wat dat betreft echter geen verschillen. Mensen die in gebieden wonen waar ’s nachts weinig licht is (platteland) maken meer melatonine aan dan stedelingen. Daarom zijn adviezen over goed verduisterende gordijnen van de slaapkamer zinvol.

De meetmethode heeft invloed op de uitslag van de melatoninemeting. In speeksel is de gemeten waarde bij een persoon 2,5 keer lager dan bij dezelfde persoon in bloed.