Oorzaken van een te lage melatoninespiegel

Een melatoninetekort (hypomelatoninemie) wordt gedefinieerd als een te lage melatoninepiek of een te lage totale melatonineproductie ’s nachts, vergeleken met de ‘normale’ waarden passend bij de leeftijd. Het probleem is echter dat er geen internationaal aanvaarde ‘normaalwaarden’ zijn vastgesteld.

De hoogte van de nachtelijke melatoninepiek en de totale hoeveelheid die ’s nachts wordt aangemaakt verschillen van persoon tot persoon en zijn genetisch bepaald. Voor elk individu is de melatonineproductie constant, al neemt die na de puberteit met gemiddeld 2,5 procent per jaar af. Dat betekent dat de melatoninespiegel van een zestigjarige nog maar half zo hoog is als die van een twintigjarige.

Aangeboren te lage melatoninespiegels (primaire hypomelatoninemie) zijn minder zeldzaam dan algemeen wordt aangenomen. Er is dan bijvoorbeeld sprake van aanlegstoornissen van de pijnappelklier of van genetische aandoeningen waarbij er een tekort bestaat van de enzymen die betrokken zijn bij de aanmaak van melatonine. Aangeboren te lage melatoninespiegels komt ook wel zonder aantoonbare oorzaak voor. Vaak zie je dan dat dit ook bij andere familieleden voorkomt.

Melatoninetekort als gevolg van een ziekte (secundaire hypomelatoninemie) komt vaker voor. Te denken valt aan (ernstig) hersenletsel, beschadigingen van de nek of een hoge dwarslaesie.  Verder kunnen ook neurodegeneratieve ziekten als alzheimer en parkinson leiden tot lagere melatonineaanmaak. Ook zijn er medicijnen die de aanmaak van melatonine afremmen, zoals sommige bètablokkers en calciumantagonisten.

Lage melatoninespiegels bij mensen die géén chronische ziekte hebben en die géén medicijnen gebruiken, komen vaker voor dan tot voor kort werd aangenomen. Meestal is bij hen sprake van slaapproblemen: ze hebben moeite om in slaap te vallen, ze slapen licht en worden ’s nachts wakker  en/of worden ’s morgens te vroeg wakker. Minder activiteit van de enzymen die betrokken zijn bij de aanmaak van melatonine kan hiervan de oorzaak zijn. Deze aanleg is genetisch bepaald. Je ziet opvallend vaak dat mensen met lage melatoninespiegels ’s avonds geen koffie drinken omdat ze anders (nog) moeilijker in slaap vallen. Of je wel of niet te weinig melatonine aanmaakt kun je via deze website laten meten.

Bij tijdelijk slaaptekort (slaapdeprivatie) is de melatonineproductie van een individu tijdelijk lager. Bij een uur korter slapen dan gebruikelijk neemt de melatonineproductie al meetbaar af. Te kort slapen leidt bij mensen met diabetes type 2 dan ook meetbaar tot verhoogde insulineresistentie en toename van het lichaamsgewicht. Ook mensen met wisselende werktijden (ploegendienst) maken op de dagen van de nachtdienst minder melatonine aan.

De plaats op aarde heeft invloed op de hoeveelheid melatonine die ’s nachts wordt aangemaakt. In de winter (langere nachten) is de totale aanmaak wat hoger dan in de zomer. Op hogere breedtegraden (richting poolcirkel) is de aanmaak groter dan richting evenaar. Binnen een klein gebied als Nederland zijn er wat dat betreft echter geen verschillen. Mensen die in gebieden wonen waar ’s nachts weinig licht is (platteland) maken meer melatonine aan dan stedelingen. Daarom zijn adviezen over goed verduisterende gordijnen van de slaapkamer zinvol.

De meetmethode heeft invloed op de uitslag van de melatoninemeting. In speeksel is de gemeten waarde bij een persoon 2,5 keer lager dan in het bloed van dezelfde persoon.