Stoornis in de afbraak van melatonine

Een stoornis in de afbraak van melatonine komt bij ongeveer één op de twaalf mensen voor. Bij mensen met een autistische stoornis en/of een verstandelijke beperking komt dit vaker voor.
Melatonine wordt in de lever afgebroken door een speciaal enzym: het CYP1A2-enzym. Bij sommige mensen is dit enzym onvoldoende actief. Dit wordt veroorzaakt door een – verder onschuldige – chromosoomafwijking (mutatie in het CYP1A2-gen), die bij ongeveer 8 procent van de mensen bestaat. Onder normale omstandigheden is van een tablet melatonine dat ’s avonds is ingenomen, ’s morgens niets meer te vinden. Als het CYP1A2-enzym echter te traag werkt, is ’s morgens de helft van die dosis melatonine nog niet afgebroken. Na enkele weken leidt dit tot stapeling van melatonine en dus tot een hoge 24-uursmelatoninespiegel.

WAT KOFFIEGEBRUIK OVER MELATONINEAFBRAAK VERTELT

Sommige mensen komen als ze ’s avonds koffie hebben gedronken, moeilijk in slaap. Anderen krijgen er hartkloppingen van of voelen zich gejaagd. Onderzoek wijst uit dat zij koffie te traag afbreken door een tekort aan het enzym CYP1A2 in de lever. Cafeïne, het belangrijkste bestanddeel van koffie, wordt dus afgebroken door hetzelfde enzym als melatonine. Een tekort aan het enzym CYP1A2 kan waarschijnlijk ook verklaren waarom sommige mensen snel last hebben van energiedranken.
Mensen die ’s avonds geen koffie drinken omdat ze anders problemen zouden hebben met in slaap vallen, breken dus waarschijnlijk melatonine traag af. Zij lopen een groter risico op melatoninestapeling en moeten daarom een lagere dosis melatonine gebruiken. Als langdurig gebruik van melatonine te verwachten is, is het raadzaam vooraf te meten of de melatonine afbraak al of niet te traag is. Ook kan tijdens (langdurig) gebruik van melatonine worden gemeten of sprake is van melatoninestapeling door een melatoninespiegel te meten in een om 14:00 ’s middags afgenomen speekselmonster. Deze test kun je hier aanvragen.

MELATONINEAFBRAAKTEST

Als het vermoeden bestaat dat iemand melatonine traag afbreekt, kan dat worden onderzocht voordat de behandeling begint. Dit bepaalt mede de dosis melatonine die veilig gebruikt kan worden. Dat onderzoek gebeurt met de ‘melatonine clearance test’ of ‘metabolisatietest’ die je thuis afneemt. Je neemt dan ’s morgens om 11.00 uur speeksel af (nulmeting). Hierna neem je een lage dosis melatonine in. Om 13.00 uur neem je opnieuw speeksel af (piekwaardeberekening) en ’s middags om 17.00 uur nog een keer. Op deze manier kan worden berekend hoe snel de melatoninespiegel stijgt en daalt. Zo wordt duidelijk of iemand melatonine goed afbreekt en of er een ‘normale’ dosis melatonine gebruikt kan worden of dat een lage dosis volstaat.

 

Te trage afbraak van melatonine

Te trage afbraak van melatonine kan worden vastgesteld door ’s morgens een lage dosis melatonine in te nemen en zes uur later speeksel af te nemen om de melatoninespiegel te bepalen. Bij een normale afbraak is van het ingenomen tabletje (bijna) niets meer te vinden. Bij te trage afbraak is de melatoninespiegel na zes uur echter nog zeer hoog.

+