Waarom lopen ouderen meer risico op COVID-19 dan jongeren?

De helft van de patiënten die met COVID-19 in het ziekenhuis zijn opgenomen is ouder dan 69 jaar. Van de overledenen (die getest zijn) is driekwart ouder dan 76 jaar. Dat leeftijd een risicofactor is, kan te maken hebben met de toename op latere leeftijd van bijkomende aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten, chronische longaandoeningen, suikerziekte en kanker. Dit zijn ziekten die op zich leiden tot een verminderde weerstand tegen infectieziekten in het algemeen en een infectie met het coronavirus in het bijzonder.

Dat leeftijd een risicofactor is, kan echter ook te maken hebben met de afname van de melatonineproductie als je ouder wordt. Boven de leeftijd van zestig jaar is de nachtelijke melatoninespiegel al met meer dan de helft gedaald ten opzichte van twintigjarigen. De melatoninespiegel van mensen met overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten is vaak nog lager. Dat de ziekte bij kinderen daarentegen zo mild verloopt, komt wellicht mede doordat kinderen tot in de puberteit juist twee- tot driemaal zoveel melatonine aanmaken dan jongvolwassenen.

Dat de melatoninespiegel bij het ouder worden steeds lager wordt, staat vast. Dit is in tientallen onderzoeken aangetoond. Het kan verklaren waarom ouderen vaker slaapproblemen hebben dan jongeren. Maar waarom de melatoninespiegel bij het ouder worden steeds lager wordt, is nog steeds niet duidelijk.

Melatonine wordt gemaakt in de pijnappelklier in de hersenen. In diverse studies is door middel van onderzoek met scans van de hersenen aangetoond dat er zich bij oudere mensen meer verkalkingen in de pijnappelklier bevinden dan bij jonge mensen. Ook wordt de pijnappelklier met het ouder worden steeds kleiner. Dit zou kunnen verklaren waarom er met het ouder worden steeds minder melatonine aangemaakt wordt. De logische vraag is vervolgens of dit erg is. Wanneer is een lage melatoninespiegel uiteindelijk echt te laag? En kan dit leiden tot gezondheidsproblemen?

In veel onderzoeken wordt verband gelegd tussen lage melatoninespiegels en een verhoogd risico op ziekten als hoge bloeddruk, suikerziekte, overgewicht en verschillende vormen van kanker. Toch is er onder artsen geen grens vastgesteld waaronder de melatoninespiegel als afwijkend te laag wordt aangemerkt, terwijl dit bij vrijwel alle bestanddelen van bijvoorbeeld het bloed wel het geval is. Melatoninetekort wordt dan ook niet als een ziekte gezien. Dat kan bovendien niet eens, want dan zou er eerst een ondergrens vastgesteld moeten worden.

Eigenlijk is het merkwaardig dat er voor melatonine geen ondergrens wordt vastgesteld. Er zijn ten minste twee belangrijke redenen waarom dat wel zou moeten.

Allereerst lijkt de hoogte van de melatoninespiegel een voorspellende waarde te hebben voor het risico om kanker te krijgen. Deze conclusie kan getrokken worden uit de resultaten van enkele grootschalige onderzoeken waarbij grote groepen vrouwen werden gevolgd.

Devoree en collega’s publiceerden in 2017 de resultaten van een onderzoek waarbij meer dan 100.000 gezonde vrouwen tussen 30 en 55 jaar gedurende tien jaar werden gevolgd op het ontstaan van borstkanker. Aan het begin van dit onderzoek was bij iedereen een melatoninespiegel gemeten. Na tien jaar werd de uitslag van de meting van de melatoninespiegel van vrouwen die borstkanker kregen vergeleken met die van vrouwen bij wie in die periode geen borstkanker was vastgesteld. Daarbij bleek dat de melatoninespiegel van vrouwen die borstkanker kregen significant lager was dan die van vrouwen die geen borstkanker kregen. Een lage melatoninespiegel lijkt een risicofactor te zijn voor borstkanker. Of omgekeerd, melatonine zou bescherming bieden tegen het ontstaan van borstkanker. Een verklaring zou kunnen zijn dat melatonine ’s nachts bijdraagt aan het herstellen van foutjes in het DNA die overdag bij celdelingen zijn ontsstaan. Kanker is in feite ontspoorde groei als gevolg van foutjes in het DNA waardoor die cel zich tot een kankercel ontwikkelt.

Ook bij onderzoek bij muizen en ratten is een verband gevonden tussen de hoogte van de melatoninespiegel en de kans op het krijgen van kanker. Zo wordt een bepaalde muizenstam (de C57BL-stam) gefokt voor onderzoek naar nieuwe medicijnen tegen kanker. Pas later werd ontdekt dat deze muizenstam door een genetisch defect nauwelijks melatonine kan maken. Omgekeerd werd een bepaald soort ratten ontdekt (de naakte molrat) die extreem oud kan worden, namelijk gemiddeld ongeveer 32 jaar (tegen maximaal 5 jaar voor een ‘gewone rat’). ) Bovendien krijgen deze ratten zelden kanker. De verklaring hiervoor kan zijn dat hun melatoninespiegel hoger ligt doordat zij ondergronds leven en dus de hele dag in het donker verblijven.

De tweede reden is dat de hoogte van de melatoninespiegel ook verband lijkt te houden met de algehele gezondheid, vooral op latere leeftijd. Mensen met hogere melatoninespiegels lijken niet alleen ouder te worden, maar ook minder vaak ouderdomsziekten te krijgen. Een belangrijk onderzoek waar deze hypothese uit voortkomt is verricht door Gallucci en collega-artsen in de Italiaanse provincie Trevisio. Zij volgden gedurende 7 jaren de gezondheid van 114 gezonde mannen en 146 gezonde vrouwen in leeftijd variërend van 77 tot 105 jaar. De gemiddelde leeftijd was 85 jaar. Aan het begin van het onderzoek werden melatoninespiegels gemeten. De uitslag van deze meting werd aan het eind van het onderzoek gebruikt om een vergelijking te maken tussen degenen die een of meer van de 17 meest voorkomende gezondheidsproblemen hadden gekregen en degenen die nog steeds helemaal gezond waren. De melatoninespiegel van alle deelnemers lag al ruim boven het gemiddelde voor 85-jarigen en varieerde van ‘normaal’ tot ‘erg hoog’. Aan het einde van de onderzoekperiode van 7 jaar bleek dat de melatoninespiegel van degenen die in deze periode een of meer ziekten hadden gekregen 26,3 procent lager was dan die van degenen die na afloop nog steeds helemaal gezond waren. De conclusie die uit dit onderzoek kan worden getrokken is dat mensen met hogere melatoninespiegels vaker gezond oud worden dan mensen met lage melatoninespiegels.

Yu C, Lei Q, Li W, et al. Clinical Characteristics, Associated Factors, and Predicting COVID-19 Mortality Risk: A Retrospective Study in Wuhan, China [published online ahead of print, 2020 May 27]. Am J Prev Med. 2020;S0749-3797(20)30218-X.

Kennaway DJ, Goble FC, Stamp GE. Factors influencing the development of melatonin rhythmicity in humans. The Journal of clinical endocrinology and metabolism. 1996;81(4):1525-1532.