Nieuwsarchief

Uitgelicht

Melatonine bij fibromyalgie

Fibromyalgie is een van de oorzaken van chronische pijn. Het gaat gepaard met vermoeidheid, slaapproblemen, depressieve klachten en concentratieproblemen. Naar schatting een op de twintig vrouwen heeft er last van. Bij vrouwen komt het zesmaal vaker voor dan bij mannen.

Bij fibromyalgie is ontdekt dat er een stoornis is in de werking van de mitochondriën. Mitochondriën zitten binnenin elke lichaamscel en zorgen voor de energievoorziening in de cel. Vooral in de spiercellen zitten veel mitochondriën. Een tekort aan het mitofusin2 (Mfn2), een eiwit in de mitochondriën, leidt tot een stoornis in de verwerking van glucose voor het opwekken van energie, waardoor er vrije radicalen vrijkomen, wat weer leidt tot zuurstofschade (oxydatieve stress). Dit verklaart de pijn en vermoeidheid en het gebrek aan energie.

Eerder is al ontdekt dat bij mensen met fibromyalgie de nachtelijke melatoninespiegel ongeveer de helft lager is dan bij mensen zonder fibromyalgie. Daarom is bij proefdieren met fibromyalgie onderzocht in hoeverre melatonine de stoornis in de energiestofwisseling in de mitochondriën kan verbeteren. In dit onderzoek, dat werd uitgevoerd door wetenschappers van de Universiteit van Brescia (Italië), werd het effect van melatonine onderzocht op spontane bewegingen, spieractiviteit en uithoudingsvermogen en werden spierbiopten onder de microscoop bekeken. Ook werden in het bloed en in spierweefsel het gehalte aan onder meer mitofusin2 en stoffen die vrijkomen bij zuurstofschade gemeten. Na analyse van de onderzoeksgegevens bleek dat de met melatonine behandelde proefdieren het bij alle onderdelen van het onderzoek beter deden dan de controle groep.

Het gunstige effect van melatonine werd recentelijk ook al gevonden bij een dubbelblind onderzoek met melatonine bij 33 vrouwen met fibromyalgie door Castaño en collega’s van de Extremadura Universiteit in Spanje. Daarbij werd gedurende tien dagen melatonine en tien dagen een placebo, een halfuur voor het naar bed gaan, gegeven. Dit werd viermaal herhaald, telkens met een hogere dosis melatonine (3, 6, 9, 12 en 15 mg). Op dag 10 van elke periode vulden de vrouwen vragenlijsten in met vragen over lichamelijke klachten, pijn, slaap, vermoeidheid, angst en stemming. Ook beantwoordden ze vragen over lichamelijke activiteiten en de stijfheid en pijn die ze daarbij ervoeren.

Pijnklachten namen reeds af bij 3 mg melatonine, terwijl bij hogere doseringen geen duidelijke verdere verbetering werd gezien. Klachten over slaap en vermoeidheid namen ook reeds bij 3 mg melatonine af; de verbetering nam verder toe bij hogere doseringen. Een verbetering van de meeste andere klachten trad meestal pas op bij een hogere dosering dan 3 mg.

Er is nu voldoende reden om aan te nemen dat melatonine een gunstig effect kan hebben bij mensen met fibromyalgie. Hierbij is het advies om vooraf eerst te meten of er sprake is van lage melatoninespiegels. Hierbij mag de dosis melatonine niet te hoog te zijn, omdat mensen met lage melatoninespiegels vaker problemen lijken te hebben met de afbraak van melatonine. Het gevolg hiervan is dat de melatoninespiegel ook overdag hoger wordt. Dit heeft als gevolg dat het succes in het begin van de behandeling verdwijnt en de slaapproblemen juist groter worden.

Bronnen:
Favero G, Bonomini F, Franco C, Rezzani R. Mitochondrial Dysfunction in Skeletal Muscle of a Fibromyalgia Model: The Potential Benefits of Melatonin. Int J Mol Sci. 2019 Feb 11;20(3). pii: E765. doi: 10.3390/ijms20030765.
Castaño MY, Garrido M, Rodríguez AB, Gómez MÁ. Melatonin Improves Mood Status and Quality of Life and Decreases Cortisol Levels in Fibromyalgia. Biol Res Nurs. 2018 Nov 11:1099800418811634. doi: 10.1177/1099800418811634. [Epub ahead of print]

Melatonine helpt tegen oorsuizen

Tinnitus of oorsuizen is een ziekte waarbij iemand geluiden hoort die niet worden veroorzaakt door geluiden van buitenaf, maar door een beschadiging van het gehoororgaan. Die beschadiging kan zijn veroorzaakt door chronische overbelasting door lawaai of door contact met schadelijke stoffen. De zenuwcellen in het inwendige gehoororgaan raken daarbij beschadigd door de invloed van vrijgekomen vrije zuurstofradicalen. Ook gewone veroudering van het gehoororgaan kan bijdragen aan het ontstaan van oorsuizen. Daarnaast kan een overmatige gevoeligheid van de gehoorzenuwen voor bepaalde, normaal in de hersenen aanwezige, prikkelgeleidingsstoffen (neurotransmitters zoals glutaminezuur en GABA) meespelen,

Recentelijk is ontdekt dat melatonine de zenuwcellen in het inwendige gehoororgaan zich beschermt tegen het ontstaan van beschadigingen door lawaai en vrije radicalen. Melatonine kan op deze manier bijdragen aan de vermindering van klachten door oorsuizen. Vooral ook helpt het mensen die door oorsuizen moeilijker in slaap vallen. Wie ’s nachts weinig melatonine aanmaakt, kan hier baat bij hebben. Via deze website kunt u een meting van uw nachtelijke melatoninespiegel aanvragen.

Bronnen
Hosseinzadeh A, Kamrava SK, Moore BCJ, Reiter RJ, Ghaznavi H, Kamali M, Mehrzadi S. Molecular Aspects of Melatonin Treatment in Tinnitus; a Review. Drug Targets. 2019 Mar 19. doi: 10.2174/1389450120666190319162147. [Epub ahead of print]

Merrick L, Youssef D, Tanner M, Peiris AN. Does melatonin have therapeutic use in tinnitus? South Med J. 2014 Jun;107(6):362-6. doi: 10.14423/01.SMJ.0000450714.38550.d4

Eerste hulp bij oorsuizen
Oorsuizen (of ‘tinnitus’ wat ‘gerinkel in het oor’ betekent) is het horen van geluiden zonder dat er een aanwijsbare geluidsbron is. Als er wel een externe bron is en iemand daar overgevoelig op reageert, noemen we dat hyperacusis. Het komt helaas veel voor: zo’n 10 tot 15 procent van de mensen heeft echt last van oorsuizen. Soms leidt dat tot ziekte met ernstige slaapproblemen, angst of zelfs depressies. Olav Wagenaar beschrijft dit als het tinnitussyndroom, met desastreuze gevolgen in het dagelijks leven. Het boek geeft antwoord op de vraag wat tinnitus (en hyperacusis) is en biedt door middel van veel praktische tips en ideeën een handvat om het oorsuizen te leren beheersen en in ernst terug te dringen.
Het boek Eerste hulp bij oorsuizen is verschenen in de serie Spreekuur Thuis. Olav Wagenaar is klinisch neuropsycholoog en psychologisch specialist gehoor, geheugen & gedrag.
Poiesz Uitgevers
ISBN 978 9021 5509 30
€ 19,95
Bestellen bij bol.com

Ook bij kinderkanker kan melatonine helpen

Toevoegen van melatonine aan de behandeling van kanker bij kinderen kan de effectiviteit van de behandeling groter maken en tegelijk zorgen voor minder bijwerkingen van de behandeling.

De kans op een succesvolle behandeling van kanker is de laatste jaren enorm toegenomen. Helaas veroorzaken kankerremmende medicijnen vaak veel bijwerkingen. Daarom staat toevoegen van melatonine aan de behandeling van kanker momenteel erg in de belangstelling. Dit versterkt het effect van kankerremmende middelen, zodat de dosis hiervan verlaagd kan worden.

De eerste resultaten van toevoegen van melatonine aan de behandeling van kanker bij volwassenen zijn zeer gunstig. Maar onderzoek bij kinderen ligt altijd gevoeliger dan onderzoek bij volwassen vrijwilligers. Het belang van het vinden van een effectieve en veilige behandeling van kanker bij kinderen is echter zo groot dat nu ook de eerste resultaten van toepassen van melatonine bij kinderkanker gepubliceerd worden. Ook wordt specifiek onderzoek naar de meest effectieve dosis gedaan.

Melatonine is niet alleen van belang voor het slaap-waakritme, maar blijkt ook bescherming te bieden tegen het ontstaan van kanker. Het remt bovendien de voortgang van de groei van kanker en het ontstaan van uitzaaiingen. Tot nu toe zijn ongeveer drieduizend wetenschappelijke artikelen over de rol van melatonine bij kanker verschenen. Duidelijk was al dat mensen met lage melatoninespiegels een groter risico lopen op het krijgen van kanker. Ook is in proefdieronderzoek duidelijk geworden dat toevoegen van melatonine aan de ‘gebruikelijke’ behandeling van kanker het effect van de behandeling versterkt.

Over het resultaat van dubbelblind onderzoek met melatonine bij mensen met kanker was tot nu toe echter weinig onderzoek gepubliceerd. De resultaten die er wel zijn, zijn echter zeer bemoedigend. Helaas gaat het meestal om kleine patiëntengroepen. Door onderzoeksresultaten bij elkaar op te tellen (zogeheten meta-analyse), zijn nu wel duidelijke conclusies te trekken. In de meta-analyse van Wang en collega’s (2018) zijn gegevens verwerkt van twintig publicaties over dubbelblind onderzoek met in totaal 3552 patiënten met verschillende vormen van kanker. Van hen kregen er, behalve de gebruikelijke behandeling, 1771 melatonine; 1781 kregen een placebo. Volledige of partiële genezing trad op bij tweemaal zoveel patiënten die met melatonine waren behandeld als bij patiënten die een placebo kregen (16 tegen 7%). Ook de vijfjaarsoverleving was in de met melatonine behandelde groep tweemaal zo groot (28 tegen 14%). Bijwerkingen van de cytostatica en de bestraling kwamen twee- tot viermaal minder vaak voor. Met name moeheid en algehele lichaamszwakte (asthenie) kwamen in de met melatonine behandelde groepen ruim tweemaal minder vaak voor (19 tegen 43,5%). De auteurs van de meta-analyse trekken de conclusie dat toevoegen van melatonine aan de gebruikelijke kankerbehandeling het resultaat van de behandeling effectief kan verbeteren.

Het is tijd dat de gunstige resultaten bij volwassenen met kanker gaan leiden tot beleid bij kinderen. Canadese kinderartsen voeren nu een onderzoek uit naar welke dosis melatonine bij kinderen het effectiefst is. Helaas wordt hierbij niet gemeten hoeveel melatonine het kind ’s nachts aanmaakt en wordt de gegeven dosis hieraan niet aangepast. Wij adviseren om voorafgaand aan de behandeling te meten hoe hoog de eigen melatonine spiegel ’s nachts is. Dit kan via deze website worden aangevraagd.

Bronnen
Johnston DL, Zupanec S, Nicksy D, Morgenstern D, Narendran A, Deyell RJ, Samson Y, Wu B, Baruchel S. Phase I dose-finding study for melatonin in pediatric oncology patients with relapsed solid tumors. Pediatr Blood Cancer. 2019 Feb 20:e27676. doi: 10.1002/pbc.27676. [Epub ahead of print] Chao YH, Wu KH, Yeh CM, Su SC, Reiter RJ, Yang SF. The potential utility of melatonin in the treatment of childhood cancer. J Cell Physiol. 2019 Apr 3. doi: 10.1002/jcp.28566. [Epub ahead of print]
Wang Y, Wang P, Zheng X, Du X.  Therapeutic strategies of melatonin in cancer patients: a systematic review and meta-analysis. Onco Targets Ther. 2018 Nov 8;11:7895-7908. doi: 10.2147/OTT.S174100. eCollection 2018

’s Avonds snacken maakt je dik

Van ’s avonds gesnackte calorieën word je sneller dik dan van overdag snacken. Dat blijkt uit een recent onderzoek van Andrew McHill van de Harvard Universiteit in de VS. Hij ontdekte dat het tijdstip waarop je eet bepaalt wat er met de calorieën gebeurt. Worden ze vooral gebruikt voor het leveren van energie, of worden de calorieën vooral opgeslagen als vetweefsel?

Het onderzoek werd uitgevoerd bij 106 jongvolwassenen (61 mannen en 45 vrouwen) tussen 18 en 22 jaar oud. Gedurende een week moesten de deelnemers bijhouden wat ze aten en dronken door hiervan met hun smartphone een foto te maken. Hierbij werd gebruikgemaakt van een speciale App (MealLogger). Slaap en bewegingen werden gedurende dertig dagen geregistreerd door middel van actigrafie (dragen van een bewegingssensor om de pols). Halverwege de studie werden de deelnemers een dag in het ziekenhuis opgenomen voor diverse metingen, onder andere van het percentage lichaamsvet. Deelnemers werden op basis van hun percentage lichaamsvet ingedeeld in een groep met slanke mensen of niet-slanke mensen.

Verder werd ’s avonds en ‘s nachts enkele malen speeksel afgenomen om ondermeer het tijdstip te bepalen waarop de melatonineproductie op gang kwam (DLMO-tijdstip). Het tijdstip waarop bij de deelnemers de melatonineafgifte begon, vertoonde veel variatie, namelijk tussen zes uur ’s avonds en halfvier ’s nachts. Het tijdstip van naar bed gaan lag tussen twaalf uur ’s nachts en vijf uur ’s morgens. De meeste mensen gingen dus véél later naar bed dan het tijdstip dat hun melatoninespiegel begon te stijgen.

Slanke deelnemers aten gemiddeld over de hele dag iets meer dan niet-slanke deelnemers. Ze hadden gemiddeld ook iets meer lichaamsbeweging. Slanke deelnemers aten gemiddeld iets meer eiwitten en iets minder koolhydraten dan niet-slanke deelnemers. Het grootste verschil zat in het eten in de twee uren voor het naar bed gaan. Niet-slanke deelnemers snackten vlak voor het naar bed gaan duidelijk meer dan slanke deelnemers. Bekend is dat van overdag gegeten calorieën relatief veel wordt verbrand en weinig in de vorm van vetweefsel wordt opgeslagen. In de loop van de avond stijgt de melatoninespiegel en verandert de verwerking van de ingenomen calorieën. Calorieën worden nu minder verbrand en er worden er relatief meer opgeslagen in de vorm van vet. Dat de niet-slanke deelnemers vlak voor het naar bed gaan duidelijk meer snacken dan slanke deelnemers, is dus (voor een deel) oorzaak van het (te) dik worden. Overdag snacken draagt minder bij aan toename van het lichaamsgewicht dan ’s avonds snacken.

Uit eerder vergelijkend onderzoek weten we al dat mensen met overgewicht hogere melatoninespiegels hebben dan mensen zonder overgewicht. Bovendien weten we dat zodra ’s avonds de melatonineproductie op gang komt de lichaamstemperatuur daalt. In combinatie met de resultaten van het onderzoek van McHill wordt duidelijk dat de ’s avonds gesnackte calorieën er meer worden opgeslagen in het vetweefsel. Voor de verbranding zijn dan immers minder calorieën nodig omdat de thermostaat in het lichaam een paar graden lager staat ingesteld. Ook hieruit blijkt maar weer eens dat je ’s avonds op tijd naar bed moet gaan en gehoor moet geven aan je bioritme. Dat geldt vooral voor mensen bij wie het lichaamsritme vroeg staat ingesteld (ochtendmensen).

Bron:
McHill AW, Czeisler CA Phillips AJK, Keating L, Barger LK, et al. Caloric and Macronutrient Intake Differ with Circadian Phase and between Lean and Overweight Young Adults. Nutrients. 2019 Mar 11;11(3). pii: E587. doi: 10.3390/nu11030587.

https://www.mdpi.com/2072-6643/11/3/587

Wie veel melatonine aanmaakt kan oud worden

Mensen die veel melatonine aanmaken worden ouder dan mensen die weinig melatonine aanmaken. Dat komt doordat melatonine diverse verouderingsprocessen afremt. In een overzichtsartikel over de rol van melatonine bij het gezond ouder worden, legt professor Ruediger Hardeland van de Universiteit in Göttingen (Duitsland) uit hoe dat komt. Het belangrijkste hierbij is de bescherming tegen het ontstaan van schade aan ons DNA en van chronische ontstekingsreacties in zenuwcellen en andere lichaamscellen. Daarbij is de sturende invloed van melatonine op de activiteit van SIRT1 erg belangrijk. SIRT1 (sirtuïne 1) is een eiwit dat bijdraagt aan de regulatie van het aflezen van het DNA.

Herstel van schade in het lichaam is een ingewikkeld proces. Elke dag worden miljoenen oude cellen in het lichaam vervangen door nieuwe. Hierbij moet het DNA vlak voor de celdeling gekopieerd worden. Dan kunnen foutjes gemaakt worden. Foutjes in het DNA kunnen leiden tot slechter functioneren van die cel of tot het ontstaan van een kankercel. ’s Nachts zorgt melatonine voor reparaties aan fouten in het DNA. Mensen die te weinig melatonine aanmaken lopen daardoor meer kans dat DNA-foutjes zich ’s nachts niet goed herstellen.

Bij onderzoek naar de oorzaak van veroudering bestaat veel interesse in het leven van de naakte molrat. Deze rat leeft de hele dag onder de grond. Hij wordt gemiddeld 32 jaar oud; dat is achtmaal langer dan zijn soortgenoten boven de grond. Tijdens zijn lange leven heeft hij geen last van veroudering. Hij blijkt bovendien vrijwel nooit kanker te krijgen en kan ruim een kwartier zonder zuurstof. Doordat hij in het donker leeft, maakt hij veel meer melatonine aan dan zijn soortgenoten die boven de grond leven.

Naarmate je ouder wordt maak je steeds minder melatonine aan. Dat betekent dat de melatoninespiegel van een zestigjarige nog maar half zo hoog is als die van een twintigjarige. Daardoor neemt de bescherming van ons lichaam tegen schadelijke stoffen met het ouder worden af en groeit het risico op ouderdomsziekten.
Ongeveer een op de tien mensen maakt al op jongvolwassen leeftijd te weinig melatonine aan. Dat is genetisch bepaald. Hoe oud je wordt is in grote mate erfelijk bepaald. Onderzoek heeft aangetoond dat ouderdomsziekten pas op hogere leeftijd beginnen en ook trager verlopen bij mensen die van jongs af aan hoge melatoninespiegels hebben. Omdat melatonine alleen ’s nachts tijdens de slaap wordt aangemaakt en de aanmaak ’s morgens bij het ontwaken meteen stopt, is stelselmatig te kort slapen een extra risicofactor.
Of je veel of weinig melatonine aanmaakt kun je meten in een ’s nachts afgenomen speekselmonster. Een eenmalige meting volstaat, omdat de hoogte van de melatonineaanmaak tijdens de eerste uren van de slaap per persoon constant is. Aanvragen kan via deze website.

Bronnen:
Hardeland R. Aging, Melatonin, and the Pro- and Anti-Inflammatory Networks. Int J Mol Sci. 2019 Mar 11;20(5). pii: E1223. doi: 10.3390/ijms20051223.

Fang X et al. Adaptations to a subterranean environment and longevity revealed by the analysis of mole rat genomes. Cell Rep. 2014 Sep 11;8(5):1354-64. doi: 10.1016/j.celrep.2014.07.030. Epub 2014 Aug 28.

Melatonine bij de behandeling van zwangerschapsvergiftiging

Op dit moment wordt onderzocht of zwangeren met een verhoogde bloeddruk baat kunnen hebben bij een behandeling met melatonine.De reden hiervoor is dat in verschillende studies melatoninetekort is gevonden bij zwangeren met zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie).

Dou en collega’s van de Soochow-universiteit in China deden een meta-analyse van acht studies. In deze studies werden in totaal 276 zwangeren met zwangerschapsvergiftiging vergeleken met 183 vrouwen met een normaal verlopende zwangerschap. Gemiddeld zijn de melatoninespiegels van vrouwen met zwangerschapsvergiftiging bijna 70 procent lager dan die van gezonde zwangeren. Naarmate de zwangerschapsvergiftiging ernstiger was, bleken de melatoninespiegels lager te zijn.

Een verhoogde bloeddruk in de zwangerschap kan leiden tot zwangerschapsvergiftiging. Hierbij gaat de placentafunctie achteruit en kan daardoor een ernstige groeivertraging bij het ongeboren kind ontstaan. Dit komt tijdens ongeveer één op de twintig zwangerschappen voor. De bloeddrukverhoging is waarschijnlijk het gevolg van problemen in de ontwikkeling van de placenta, waardoor de uitwisseling tussen voedingsstoffen en afvalstoffen tussen moeder en ongeboren kind onvoldoende effectief verloopt. De achterliggende oorzaak is bloedvatwandbeschadiging door zuurstofstress en vorming van vrije radicalen in de placenta.

Om te zien in hoeverre melatonine bescherming biedt tegen de schadelijke gevolgen van zuurstofgebrek deden onderzoekers van universiteiten in Canada en de VS eerst fundamenteel weefselonderzoek. Hierbij werden stukjes placentaweefsel gebruikt van vrouwen die zojuist een gezond kind ter wereld hadden gebracht. Het weefsel werd onderworpen aan zuurstoftekort en daarna werd de schade opgemaakt. Vervolgens werd aan de helft van de stukjes weefsel melatonine toegevoegd en stelden de onderzoekers vast dat de schade was hersteld. De schade herstelde zich niet bij de stukjes placentaweefsel die niet met melatonine waren behandeld.

Op dit moment wordt in Australië onderzocht of zwangeren met een verhoogde bloeddruk baat kunnen hebben bij een behandeling met melatonine. Gegevens over resultaten zijn nog niet beschikbaar.

Wij adviseren om niet zomaar met melatonine te beginnen, maar eerst te meten of er sprake is van een melatoninetekort. Deze meting kan via deze website worden aangevraagd. Ook mag de dosis melatonine niet te hoog te zijn, omdat mensen met lage melatoninespiegels vaker problemen lijken te hebben met de afbraak van melatonine. Het gevolg hiervan is dat de melatoninespiegel ook overdag hoger wordt. Hierdoor raakt het slaap-waakritme ontregeld. Daarom krijg je van ons behalve de uitslag een advies over eventueel gebruik van melatonine.

Bronnen:
Dou Y, Lin B, Cheng H, Wang C, Zhao M, Zhang J, Wu J. The reduction of melatonin levels is associated with the development of preeclampsia: a meta-analysis. Hypertens Pregnancy. 2019 Feb 22:1-8. doi: 10.1080/10641955.2019.1581215. [Epub ahead of print]

Sagrillo-Fagundes L, Salustiano EMA, Rodrigo R, Markus RP, Vaillancourt C. Melatonin modulates autophagy and inflammation protecting human placental trophoblast from hypoxia/reoxygenation. J Pineal Res. 2018 Aug 9:e12520. doi: 10.1111/jpi.12520. [Epub ahead of print]

Hobson SR, Wallace EM, Kingdom JC, Hodges RJ. A Randomized Double-Blinded Placebo-Controlled Intervention Trial of Melatonin for the Prevention of Preeclampsia in Moderate- and High-Risk Women: The MELPOP Trial. Methods Mol Biol. 2018;1710:347-352. doi: 10.1007/978-1-4939-7498-6_28.

Melatonine bij slaapproblemen bij kinderen met een verstandelijke beperking

Bij kinderen met een verstandelijke beperking komen slaapproblemen zeer vaak voor. Deze slaapproblemen vormen niet alleen een grote belasting voor de ouders, maar werken ook negatief door op de ontwikkeling en het gedrag van het kind.

Om de effectiviteit van melatonine objectief te beoordelen zochten Parker en collega’s naar publicaties over dubbelblind onderzoek met melatonine bij kinderen met een verstandelijke beperking. Zij gebruikten 11 publicaties met in totaal 589 patiënten. Door de resultaten van deze onderzoeken bij elkaar op te tellen (= meta-analyse) konden zij vaststellen dat melatonine vooral effectief was bij de behandeling van inslaapproblemen. De tijdsduur tussen het naar bed gaan en in slaap vallen nam gemiddeld af met 35 minuten, terwijl de totale slaapduur met 32 minuten toenam. Er kwamen bij kinderen die melatonine gebruikten niet meer bijwerkingen voor dan bij kinderen die een placebo kregen.

In een eerdere meta-analyse (Braam en collega’s 2009) werden vergelijkbare resultaten gevonden (inslaaptijd 34 minuten korter en totale slaapduur 50 minuten langer). Deze analyse was echter gebaseerd op 183 patiënten uit negen publicaties. Ook een heel recente meta-analyse (Abdelgadir en collega’s 2018) toonde vergelijkbare gunstige resultaten.

Bronnen:
Parker A, Beresford B, Dawson V, Elphick H, Fairhurst C, Hewitt C, Scantlebury A, Spiers G, Thomas M, Wright K, Mcdaid C. Oral melatonin for non-respiratory sleep disturbance in children with neurodisabilities: systematic review and meta-analyses. Dev Med Child Neurol. 2019 Feb 1. doi: 10.1111/dmcn.14157. [Epub ahead of print]

Braam W, Smits MG, Didden R, Korzilius H, Van Geijlswijk IM, Curfs LM. Exogenous melatonin for sleep problems in individuals with intellectual disability: a meta-analysis. Dev Med Child Neurol. 2009 May;51(5):340-9. doi: 10.1111/j.1469-8749.2008.03244.x.

Abdelgadir IS, Gordon MA, Akobeng AK. Melatonin for the management of sleep problems in children with neurodevelopmental disorders: a systematic review and meta-analysis. Arch Dis Child. 2018 May 2. pii: archdischild-2017-314181. doi: 10.1136/archdischild-2017-314181. [Epub ahead of print]

Slaap en melatonine bij Multiple Sclerose

Twee op de drie mensen met Multiple Sclerose (MS) hebben last van ernstige slaapproblemen. Omdat er over de oorzaken en behandeling hiervan verschillende meningen bestaan, doorzochten MS-specialisten Sakkas en collega’s alle medische literatuur over dit probleem.

Problemen met in slaap kunnen vallen en ’s nachts wakker worden bleken het vaakste voor te komen. De slechte slaap had een nadelige invloed op de kwaliteit van leven. Bijna iedereen met MS heeft overdag last van vermoeidheid. Minder bekend is het voorkomen van onwillekeurige bewegingen in de onderbenen en voeten (restless legs) die het in slaap vallen kunnen verhinderen. Ook nachtelijke ademstops (slaapapneu) komt bij mensen met MS wat vaker voor.

Recentelijk is gebleken dat de melatoninespiegel bij mensen met MS lager is dan die van gezonde leeftijdgenoten. Verder is bekend dat hoe lager de melatoninespiegel  is, hoe sneller en ernstigerde ziekte verloopt. Het lijkt daarom van belang om bij mensen met MS de melatoninespiegel te meten en het tekort aan te vullen.

Multiple Sclerose (MS) is een ziekte van het zenuwstelsel die één op de duizend jongvolwassenen treft. De verschijnselen van MS lopen erg uiteen: van verlies van gevoel of gezichtsvermogen, krachtverlies en evenwichtsproblemen tot pijn, spierkrampen en vermoeidheid. Bij de meeste mensen met MS verloopt de ziekte in golven met perioden waarin klachten plots ontstaan of verergeren  (shubs) en perioden waarin patiënten minder of geen klachten ervaren. De soort klachten en de plaats van het lichaam waar ze zich voordoen, corresponderen met de plaatsen in de hersenen waar de MS op dat moment actief is. Perioden met shubs doen zich vaker voor in de lente en de zomer. Bij een minderheid van de mensen met MS verloopt de aandoening constant, zonder perioden waarin de klachten afnemen.

MS is een auto-immuunziekte. Dat betekent dat het immuunsysteem bepaalde celtypen in het lichaam niet langer als lichaamseigen herkent, maar als lichaamsvreemd en deze cellen daarom probeert op te ruimen. Bij MS wordt het beschermende laagje rond de zenuwbanen in de hersenen aangetast, waardoor deze zenuwen niet meer kunnen functioneren. Na afloop van de shub kan de schade enigszins worden hersteld en kan de functie terugkeren. Soms is de schade tijdens een shub echter dermate groot dat volledig herstel niet plaatsvindt.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat melatonine het lichaam beschermt tegen een aantal auto-immuunziekten, zoals MS. Onlangs is ontdekt dat melatonine de activiteit van bepaalde specifieke T-cellen afremt. Deze cellen zijn bij MS verantwoordelijk voor de ontstekingsreactie in de hersenzenuwen.

Uit onderzoeken blijkt bovendien dat mensen met MS veel lagere melatoninespiegels hebben dan gezonde controlepersonen. Dat lage melatoninespiegels medeverantwoordelijk zijn voor het ziekteproces bij MS verklaart ook dat veel mensen met MS in de zomer vaker een verergering van hun klachten ervaren dan in de winter. In de korte nachten van de zomer maakt iedereen minder melatonine aan dan in de langere winternachten.

Uit een ander onderzoek blijkt dat hoe lager de melatoninespiegel van iemand met MS is, hoe meer vermoeidheidsklachten hij overdag heeft en hoe meer lichamelijke beperkingen hij ervaart. Ook is het aantal shubs groter. Al met al voldoende redenen voor mensen met MS om hun melatoninespiegel te laten meten en te proberen of een behandeling met melatonine helpt. Hierbij mag de dosis melatonine niet te hoog te zijn, omdat mensen met MS vaker problemen lijken te hebben met de afbraak van melatonine. Het gevolg hiervan is dat de melatoninespiegel ook overdag hoger wordt. Dit heeft als gevolg dat het succes in het begin van de behandeling verdwijnt en de slaapproblemen weer groter worden.

Bronnen:
Sakkas GK, Giannaki CD, Karatzaferi C, Manconi M. Sleep Abnormalities in Multiple Sclerosis. Curr Treat Options Neurol. 2019 Jan 31;21(1):4. doi: 10.1007/s11940-019-0544-7.

Wurtman R. Multiple Sclerosis, Melatonin, and Neurobehavioral Diseases. Front Endocrinol (Lausanne). 2017 Oct 23;8:280. doi: 10.3389/fendo.2017.00280. eCollection 2017.

Gholipour T, Ghazizadeh T, Babapour S, Mansouri B, Ghafarpour M, Siroos B, Harirchian MH. Decreased urinary level of melatonin as a marker of disease severity in patients with multiple sclerosis. Iran J Allergy Asthma Immunol. 2015 Feb;14(1):91-7.

Braley TJ, Chervin RD. A practical approach to the diagnosis and management of sleep disorders in patients with multiple sclerosis. Ther Adv Neurol Disord. 2015 Nov;8(6):294-310. doi: 10.1177/1756285615605698.

 

Ritalin of melatonine bij ADHD?

Aan kinderen met ADHD én slaapproblemen kan het beste eerst melatonine worden voorgeschreven voordat met Ritalin (methylfenidaat, Concerta) wordt begonnen. Onvoldoende slaap kan leiden tot slechte concentratie en druk gedrag overdag. Door eerst  de slaapproblemen te behandelen met melatonine kan het gedrag overdag dermate verbeteren dat voorschrijven van Ritalin niet meer nodig is.

Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het systeem dat de biologische klok (die het 24-uursritme binnen in het lichaam regelt) bij kinderen met ADHD niet optimaal functioneert. De aanmaak van melatonine ’s avonds begint bij hen op een later moment en de hoeveelheid melatonine die ze ’s nachts aanmaken, is lager dan bij kinderen zonder ADHD.

Een behandeling met melatonine is effectief bij de behandeling van slaapproblemen bij ADHD en verbetert de concentratie en het gedrag overdag. Dit gunstige effect is het grootste bij kinderen bij wie tevens sprake is van een autistische stoornis en/of een verstandelijke beperking. Bij hen duurt het met melatonine gemiddeld 37 minuten korter tot ze in slaap vallen, in vergelijking met een placebopil. De totale slaapduur nam bij hen met 48 minuten toe ten opzichte van een placebopil. Kinderen met ADHD sliepen met melatonine gemiddeld 20 minuten sneller in. Ze sliepen bovendien gemiddeld 33 minuten langer in vergelijking met degenen die   een placebopil gebruiken.

Ritalin draagt niet bij aan een verbetering van de werking van de biologische klok-stoornis bij ADHD. Integendeel, Ritalin verschuift het moment dat de aanmaak van melatonine begint vaak juist naar een (nog) later tijdstip van de avond. Dat verklaart waarom er tijdens Ritalingebruik vaker problemen ontstaan met in slaap vallen.

Bronnen:
McDonagh MS, Holmes R, Hsu F. Pharmacologic Treatments for Sleep Disorders in Children: A Systematic ReviewJ Child Neurol. 2019 Jan 23:883073818821030. doi: 10.1177/0883073818821030. [Epub ahead of print]

Coogan AN & McGowan NM. A systematic review of circadian function, chronotype and chronotherapy in attention deficit hyperactivity disorder. Atten Defic Hyperact Disord. 2017 Sep;9(3):129-147. doi: 10.1007/s12402-016-0214-5. Epub 2017 Jan 7.

Melatonine kan helpen bij migraine

Een behandeling met melatonine kan het aantal migraineaanvallen helpen verminderen. Dit blijkt uit een recente analyse van de medische literatuur. Eerder werd al ontdekt dat mensen met migraine een veel lagere melatoninespiegel hebben dan mensen zonder hoofdpijnklachten. Ook was bekend dat mensen met migraine vaker een stoornis hebben in het melatonineritme. Zo werd bij vrouwen met migraine een duidelijk verband gevonden tussen het aantal migraineaanvallen en het tijdstip waarop ’s avonds de melatonineaanmaak begint (DLMO-tijdstip). Hoe later op de avond de aanmaak van melatonine begon, hoe groter het aantal migraineaanvallen. Ook als de vrouwen later naar bed gingen dan gebruikelijk nam het aantal migraineaanvallen toe. Dit kan betekenen dat een verschoven 24-uursmelatonineritme van het lichaam bijdraagt aan het ontstaan van migraine.

Inmiddels zijn de resultaten van verschillende onderzoeken met melatonine bij migrainepatiënten gepubliceerd. Daaruit blijkt dat een behandeling met melatonine (2 of 3 mg) aanvallen kan voorkomen of de ernst ervan kan beperken. De melatonine is even effectief als andere migrainemiddelen voor preventief gebruik. Het is wel zaak de behandeling langer dan twee tot drie maanden voor te zetten om effect te bereiken. Kortere behandelingen blijken minder aanvalsreductie te geven.

Helaas is bij geen van deze onderzoeken gekeken naar de melatoninespiegels. Daardoor is niet duidelijk of migrainepatiënten met erg lage melatoninespiegels meer baat hebben bij een behandeling met melatonine dan migrainepatiënten met minder lage melatoninespiegels. Het is dus niet te voorspellen bij wie melatonine effect heeft. Het lijkt erop dat vooral mensen bij wie de melatonineafgifte te laat op de avond begint baat kunnen hebben bij een behandeling met melatonine. Dat geldt ook voor mensen bij wie de melatoninespiegel ’s nachts te laag is.  Meten van de melatoninespiegel kan via deze website worden aangevraagd.

Bron:
Long R, Zhu Y, Zhou S. Therapeutic role of melatonin in migraine prophylaxis: A systematic review. Medicine (Baltimore). 2019 Jan;98(3):e14099. doi: 10.1097/MD.0000000000014099.