Melatonine is geen slaapmiddel???

Ik wordt erg moe van de met enige regelmaat in de pers verschijnende negatieve berichten over melatonine. Deze berichten zijn bovendien onjuist en scheppen alleen maar verwarring. Bovendien worden deze negatieve berichten vaak niet onderbouwd met feiten en bewijzen of zijn ze gebaseerd op verouderde en/of éénzijdige publicaties. Zo deze keer weer het bericht op LinkedIn met verwijzing naar de website van het Nederlands Huisartsen Genootschap met de kop: “Melatonine: baat het niet, het schaadt mogelijk wel.” Onduidelijk waarom dit 2 jaar oude bericht weer uit de kast wordt gehaald.

Melatonine zou niet effectief zijn bij ‘gewone’ slapeloosheid, waarbij wordt verwezen naar de “Standaard slaapproblemen en slaapmiddelen”. Hier staat: “Het voorschrijven van melatonine aan volwassenen met slapeloosheid wordt niet aangeraden, omdat het geen klinisch relevant effect heeft. Het ‘bewijs’ hiervoor komt uit een drietal publicaties uit 2005 en 2006, die na verschijning meteen al heftige kritiek kregen. Het gaat hier om een drietal zogeheten meta-analyses van eerder gepubliceerde dubbelblind onderzoeken. Hierbij worden, simpel gezegd, de uitkomsten van deze dubbelblind onderzoeken bij elkaar opgeteld opdat ook onderzoeken met weinig deelnemers mee kunnen tellen. Uit de publicaties komt dan een ‘gemiddelde’ van alle onderzoeken als eindresultaat.

Als we ons beperken tot het verkorten van de inslaapduur, dan is de gemiddelde verkorting van de inslaapduur bij Brzezinski (2005) gemiddeld 4,0 minuten (spreiding 5,4 – 2,5 minuten), bij Buscemi (2005) gemiddeld 11,7 minuten (18,2 – 5,2 minuten) en bij Buscemi (2006) gemiddeld 13,2 minuten (27,3 – 0,9 minuten). Dit resultaat lijkt inderdaad niet groot, maar bij Buscemi (11,7 en 13,2 minuten kortere inslaaptijd) toch voldoende om te spreken van een redelijk effect. Als je echter kijkt naar de studies die ze hebben gebruikt voor deze meta-analyses, vallen enkele zaken op.

Bij Buscemi (2005) zijn van de zes studies (van totaal veertien) die het zwaarste meetellen in de analyse van het effect van melatonine op de inslaaplatentie, er vijf die eigenlijk ten onrechte in de meta-analyse zijn opgenomen, bijvoorbeeld omdat de deelnemers doorslaapproblemen hadden in plaats van inslaapproblemen. Logisch dat deze deelnemers de slechtste score hadden op de inslaaplatentie.

Bij Brzezinski (2005) zijn publicaties opgenomen van onderzoek met melatonine bij mensen die helemaal geen slaapprobleem hadden. Ook waren publicaties meegenomen waarbij melatonine overdag gegeven werd om het effect op in slaap vallen te meten, of moesten de deelnemers de nacht in een slaaplaboratorium doorbrengen.

Bij Brzezinski (2006) zijn onderzoeken opgenomen van mensen met diverse ziekten (dementie, depressie, schizofrenie) en mensen met een verstandelijke beperking. Resultaten hiervan zijn niet zomaar te gebruiken bij het beoordelen van de werkzaamheid van melatonine bij de ‘normale’ bevolking.

Een ander groot bezwaar is dat bij dit soort onderzoeken melatonine aan iedereen volgens een vast protocol werd gegeven en dat er tussen de verschillende onderzoeken bij deze meta-analyses enorme verschillen bestonden:

  • dosis varieerde tussen 1 en 6 mg;
  • in het ene onderzoek werd ‘gewone’ fast release melatonine gebruikt en in het andere werd slow release melatonine gegeven;
  • de tijdstippen van inname waren per onderzoek vooraf vastgesteld, maar wisselden sterk tussen de diverse publicaties die gebruikt werden (van 2 uur voor naar bed gaan tot bij het in bed stappen);
  • de duur van gebruik van melatonine vertoonde grote verschillen tussen de diverse onderzoeken die gebruikt werden (van 1 week tot 12 maanden);
  • de helft van de onderzoeken volgden een zogeheten cross-over-protocol (eerst placebo, daarna melatonine of eerst melatonine en daarna placebo). Omdat de verbetering van de slaap na stoppen met melatonine nog dagenlang kan aanhouden zal de helft van de deelnemers (die eerst melatonine en daarna placebo kregen) tijdens placebo ogenschijnlijk beter slapen.

Door uitkomsten van onderzoeken die onderling zoveel verschillen vertonen bij elkaar op te tellen, is het in feite niet mogelijk om conclusies te trekken over de werkzaamheid van een stof als melatonine. Daarbij komt dat mensen die onderling verschillen aan een en hetzelfde protocol moesten voldoen. Daarbij bestaat dus een grote kans dat een aantal mensen een voor hen verkeerde dosis kregen en die op een voor hen verkeerd moment moesten innemen. Het positieve effect op de slaap zal dus groter zijn dan de 11,7 en 13,2 minuten kortere inslaaptijd uit de meta-analyses wanneer melatonine op de juiste manier gebruikt wordt.

Behandelen van slaapproblemen is maatwerk, waarbij aan de hand van de kenmerken van het individuele slaapprobleem en de gewenste verbetering van de slaap (tijdstippen van naar bed gaan en ’s morgens opstaan) een behandelplan wordt opgesteld. Gebruik van melatonine kan daar onderdeel van zijn, maar denk eerst ook aan slaaphygiëneadviezen.

Een recente meta-analyse (Auld 2017) concludeert: ‘Results from the meta-analyses showed the most convincing evidence for exogenous melatonin use was in reducing sleep onset latency in primary insomnia, delayed sleep phase syndrome and regulating the sleep-wake patterns in blind patients compared with placebo.’

(Resultaten van de meta-analyses toonden aan dat het meest overtuigende bewijs voor het gebruik van exogeen melatonine lag in het effect op het verkorten van de inslaaptijd bij primaire slapeloosheid, het vertraagde slaapfasesyndroom en het reguleren van de slaap-waakpatronen bij blinde patiënten in vergelijking met placebo.)

Kortom, ontkennen dat melatonine een slaapmiddel is, is onjuist en wordt niet door feiten ondersteund. Er zijn tientallen publicaties waarin het gunstige effect van melatonine op slaap wel degelijk is aangetoond.

Bronnen:

Auld F, Maschauer EL, Morrison I, Skene DJ, Riha RL. Evidence for the efficacy of melatonin in the treatment of primary adult sleep disorders. Sleep Med Rev. 2017 Aug;34:10-22. doi: 10.1016/j.smrv.2016.06.005. Epub 2016 Jul 20.

Brzezinski A, Vangel MG, Wurtman RJ, Norrie G, Zhdanova I, Ben-Shushan A, Ford I. Effects of exogenous melatonin on sleep: a meta-analysis. Sleep Med Rev. 2005 Feb;9(1):41-50.

Buscemi N, Vandermeer B, Hooton N, Pandya R, Tjosvold L, Hartling L, Baker G, Klassen TP, Vohra S. The efficacy and safety of exogenous melatonin for primary sleep disorders. A meta-analysis. J Gen Intern Med. 2005 Dec;20(12):1151-8.

Buscemi N, Vandermeer B, Hooton N, Pandya R, Tjosvold L, Hartling L, Vohra S, Klassen TP, Baker G. Efficacy and safety of exogenous melatonin for secondary sleep disorders and sleep disorders accompanying sleep restriction: meta-analysis. BMJ. 2006 Feb 18;332(7538):385-93. Epub 2006 Feb 10.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.