’s Avonds snacken maakt je dik

Van ’s avonds gesnackte calorieën word je sneller dik dan van overdag snacken. Dat blijkt uit een recent onderzoek van Andrew McHill van de Harvard Universiteit in de VS. Hij ontdekte dat het tijdstip waarop je eet bepaalt wat er met de calorieën gebeurt. Worden ze vooral gebruikt voor het leveren van energie, of worden de calorieën vooral opgeslagen als vetweefsel?

Het onderzoek werd uitgevoerd bij 106 jongvolwassenen (61 mannen en 45 vrouwen) tussen 18 en 22 jaar oud. Gedurende een week moesten de deelnemers bijhouden wat ze aten en dronken door hiervan met hun smartphone een foto te maken. Hierbij werd gebruikgemaakt van een speciale App (MealLogger). Slaap en bewegingen werden gedurende dertig dagen geregistreerd door middel van actigrafie (dragen van een bewegingssensor om de pols). Halverwege de studie werden de deelnemers een dag in het ziekenhuis opgenomen voor diverse metingen, onder andere van het percentage lichaamsvet. Deelnemers werden op basis van hun percentage lichaamsvet ingedeeld in een groep met slanke mensen of niet-slanke mensen.

Verder werd ’s avonds en ‘s nachts enkele malen speeksel afgenomen om ondermeer het tijdstip te bepalen waarop de melatonineproductie op gang kwam (DLMO-tijdstip). Het tijdstip waarop bij de deelnemers de melatonineafgifte begon, vertoonde veel variatie, namelijk tussen zes uur ’s avonds en halfvier ’s nachts. Het tijdstip van naar bed gaan lag tussen twaalf uur ’s nachts en vijf uur ’s morgens. De meeste mensen gingen dus véél later naar bed dan het tijdstip dat hun melatoninespiegel begon te stijgen.

Slanke deelnemers aten gemiddeld over de hele dag iets meer dan niet-slanke deelnemers. Ze hadden gemiddeld ook iets meer lichaamsbeweging. Slanke deelnemers aten gemiddeld iets meer eiwitten en iets minder koolhydraten dan niet-slanke deelnemers. Het grootste verschil zat in het eten in de twee uren voor het naar bed gaan. Niet-slanke deelnemers snackten vlak voor het naar bed gaan duidelijk meer dan slanke deelnemers. Bekend is dat van overdag gegeten calorieën relatief veel wordt verbrand en weinig in de vorm van vetweefsel wordt opgeslagen. In de loop van de avond stijgt de melatoninespiegel en verandert de verwerking van de ingenomen calorieën. Calorieën worden nu minder verbrand en er worden er relatief meer opgeslagen in de vorm van vet. Dat de niet-slanke deelnemers vlak voor het naar bed gaan duidelijk meer snacken dan slanke deelnemers, is dus (voor een deel) oorzaak van het (te) dik worden. Overdag snacken draagt minder bij aan toename van het lichaamsgewicht dan ’s avonds snacken.

Uit eerder vergelijkend onderzoek weten we al dat mensen met overgewicht hogere melatoninespiegels hebben dan mensen zonder overgewicht. Bovendien weten we dat zodra ’s avonds de melatonineproductie op gang komt de lichaamstemperatuur daalt. In combinatie met de resultaten van het onderzoek van McHill wordt duidelijk dat de ’s avonds gesnackte calorieën er meer worden opgeslagen in het vetweefsel. Voor de verbranding zijn dan immers minder calorieën nodig omdat de thermostaat in het lichaam een paar graden lager staat ingesteld. Ook hieruit blijkt maar weer eens dat je ’s avonds op tijd naar bed moet gaan en gehoor moet geven aan je bioritme. Dat geldt vooral voor mensen bij wie het lichaamsritme vroeg staat ingesteld (ochtendmensen).

Bron:
McHill AW, Czeisler CA Phillips AJK, Keating L, Barger LK, et al. Caloric and Macronutrient Intake Differ with Circadian Phase and between Lean and Overweight Young Adults. Nutrients. 2019 Mar 11;11(3). pii: E587. doi: 10.3390/nu11030587.

https://www.mdpi.com/2072-6643/11/3/587