Effectiviteit melatonine bij ADHD aangetoond

Veel kinderen met ADHD hebben slaapproblemen. Melatonine kan helpen als het kind niet op een (voor de leeftijd) normaal tijdstip in slaap kan vallen. Uit onderzoeken blijkt dat het systeem dat de biologische klok, die het 24-uursritme in het lichaam regelt, van kinderen met ADHD niet optimaal functioneert. Hun melatonineaanmaak begint ’s avonds op een te laat moment. Dit wordt een vertraagde slaapfasestoornis of DSPS (delayed sleep phase syndrome) genoemd.  

Onvoldoende slaap op zich kan echter leiden tot slechte concentratie en druk gedrag overdag. Bij ADHD is het dan ook vaak de vraag of het drukke gedrag veroorzaakt wordt door een tekort aan slaap, in plaats van omgekeerd. Als sprake is van druk gedrag, in combinatie met slaapproblemen, kan daarom beter eerst melatonine worden voorgeschreven in plaats van methylfenidaat (Concerta® en Ritalin®). Een nadeel van methylfenidaat is bovendien dat het slaapproblemen kan uitlokken. Methylfenidaat verschuift namelijk het moment dat de aanmaak van melatonine begint vaak naar een (nog) later tijdstip van de avond. Dat verklaart waarom er tijdens gebruik van methylfenidaat vaker problemen met in slaap vallen ontstaan. Door bij ADHD eerst met melatonine de slaapproblemen te behandelen kan het gedrag overdag dermate verbeteren, dat voorschrijven van methylfenidaat wellicht niet meer nodig is. Bovendien is een behandeling met melatonine niet alleen effectief bij de behandeling van slaapproblemen bij ADHD, maar verbetert het ook de aandacht, concentratie en het gedrag overdag.

Inmiddels is de effectiviteit van melatonine bij de behandeling van slaapproblemen bij ADHD aangetoond. Dat geldt ook voor de veiligheid van melatoninegebruik op de lange termijn. In twee recente systematische overzichten van dubbelblindonderzoeken met melatonine bij kinderen met ADHD werden in totaal twaalf publicaties geanalyseerd. In elk onderzoek bleek de inslaapduur significant korter te zijn geworden. Bij de kinderen die melatonine hadden ingenomen duurde het gemiddeld 41 minuten korter (van 91 naar 50 minuten) tot ze in slaap vielen. De gemiddelde totale slaapduur nam met gemiddeld 50 minuten toe (van 7 uur 31 minuten naar 8 uur 21 minuten). Dit gunstige effect op de slaap wordt ook bereikt bij kinderen bij wie behalve van ADHD sprake is van een autistische stoornis en/of een verstandelijke beperking. Bij hen duurt het met melatonine gemiddeld 37 minuten korter tot ze in slaap vallen in vergelijking met een placebopil. De totale slaapduur nam bij hen met 48 minuten toe ten opzichte van een placebopil

Ook als de slaapproblemen pas ontstaan tijdens het gebruik van methylfenidaat kan melatonine helpen de inslaaptijd te verkorten. Een groep Italiaanse kinderneurologen en kinderpsychiaters onderzocht 74 kinderen die na starten met methylfenidaat slaapproblemen ontwikkelden. In een open onderzoek kregen alle kinderen melatonine voorgeschreven. De startdosis was 1 mg, in te nemen één tot twee uur voor het naar bed gaan. Bij onvoldoende effect mocht de dosis wekelijks opgehoogd worden met 0,5 mg per keer tot maximaal 5 mg. Bij 61 procent van de kinderen was volgens de ouders sprake van een grote tot zeer grote verbetering. De uiteindelijke dosis was gemiddeld 1,8 mg. De conclusie van de onderzoekers was dat melatonine een effectief en veilig slaapmiddel is bij kinderen met ADHD die slaapproblemen krijgen door het gebruik van methylfenidaat.

Melatonine lost het verschoven bioritme overigens niet op. Bij negen op de tien kinderen met ADHD komen de slaapproblemen na stoppen met melatonine na verloop van tijd terug. Daar staat tegenover dat melatonine ook op de lange termijn een veilig middel is. Je kunt echter overwegen om bijvoorbeeld tijdens de vakanties en de weekends geen melatonine te geven. Een alternatief is om, als het goed gaat, de dosis langzaam in kleine stapjes te verlagen. Doordat er tabletjes zijn van 0,1 mg kun je, bijvoorbeeld elke maand, telkens 0,1 mg van de dosis afhalen om uiteindelijk bij de laagst werkzame dosis uit te komen.

Bronnen:

Rzepka-Migut B, Paprocka J. Efficacy and Safety of Melatonin Treatment in Children with Autism Spectrum Disorder and Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder-A Review of the Literature. Brain Sci. 2020 Apr 7;10(4):219. doi: 10.3390/brainsci10040219. PMID: 32272607; PMCID: PMC7226342.

Parvataneni T, Srinivas S, Shah K, Patel RS. Perspective on Melatonin Use for Sleep Problems in Autism and Attention-Deficit Hyperactivity Disorder: A Systematic Review of Randomized Clinical Trials. Cureus. 2020 May 28;12(5):e8335. doi: 10.7759/cureus.8335. PMID: 32617211; PMCID: PMC7325410.

Masi G, Fantozzi P, Villafranca A, Tacchi A, Ricci F, Ruglioni L, Inguaggiato E, Pfanner C, Cortese S. Effects of melatonin in children with attention-deficit/hyperactivity disorder with sleep disorders after methylphenidate treatment. Neuropsychiatr Dis Treat. 2019 Mar 7;15:663-667.

McDonagh MS, Holmes R, Hsu F. Pharmacologic Treatments for Sleep Disorders in Children: A Systematic Review.  J Child Neurol. 2019 Jan 23:883073818821030. doi: 10.1177/0883073818821030.

Coogan AN & McGowan NM. A systematic review of circadian function, chronotype and chronotherapy in attention deficit hyperactivity disorder. Atten Defic Hyperact Disord. 2017 Sep;9(3):129-147. doi: 10.1007/s12402-016-0214-5.

Hoebert M, van der Heijden KB, van Geijlswijk IM, Smits MG. Long-term follow-up of melatonin treatment in children with ADHD and chronic sleep onset insomnia. J Pineal Res. 2009 Aug;47(1):1-7. doi: 10.1111/j.1600-079X.2009.00681.x. Epub 2009 May 27.

Melatonine eerste keus slaapmiddel voor mensen met autisme

Vorige week verscheen de richtlijn van de American Academy of Neurology. Die noemt melatonine als eerste keus als slaapmiddel voor kinderen en volwassenen met autisme, als slaaphygiënemaatregelen niet of niet genoeg helpen.

Meer dan de helft (tussen 44 en 83 procent) van de kinderen met een autisme spectrum stoornis (ASS) heeft slaapproblemen die het dagelijks functioneren negatief beïnvloeden. Eigenlijk elk type slaapprobleem kan voorkomen, met name problemen met in slaap vallen, ’s nachts wakker worden en uit bed komen, ’s morgens te vroeg wakker worden en niet opnieuw in slaap vallen. Ook een onregelmatig slaap-waakritme en slaperigheid overdag door een duidelijk tekort aan totale slaapduur komen vaak voor. Dat slaapproblemen bij mensen met ASS vaak voorkomen kan wellicht worden verklaard doordat stoornissen in het melatonineritme bij hen vaker voorkomen. Ook zijn kinderen met ASS zich minder bewust van tijd en sociale aanwijzingen dat het bedtijd is.

Slaapproblemen komen overigens niet alleen bij kinderen met ASS voor. Een kwart van alle (vooral jonge) kinderen heeft slaapproblemen. Maar deze nemen met het ouder worden doorgaans af. Bij kinderen met ASS is dat doorgaans niet het geval.

Onvoldoende slaap heeft een nadelige invloed op de ontwikkeling en het leervermogen van kinderen met ASS. Ook hebben kinderen met ASS overdag vaker problemen met het reguleren van hun emoties en gedrag met driftbuien als gevolg.

Slaapproblemen bij kinderen met ASS hebben negatieve invloed op de slaap van hun ouders en dus op hun functioneren overdag. Het sociale leven van de volwassenen wordt beperkt en leidt soms tot relatieproblemen bijvoorbeeld omdat de ouderes het niet eens zijn over de aanpak van het slaapprobleem van hun kind. 

Bij de behandeling van slaapproblemen bij kinderen met ASS staan slaaphygiëneadviezen bovenaan: regelmaat in dag- en nachtritme (slapen, eten, enz), geen dutjes in de vier uur vóór bedtijd en een vast bedtijdritueel van maximaal dertig minuten. Stoeien en wilde spelletjes zijn dan taboe, net als mobieltjes en andere beeldschermen.

Bij kinderen met een (ontwikkelings)leeftijd van vijf jaar en jonger kan een gedragsmatige aanpak soelaas bieden. Dit vereist veel geduld en kan eigenlijk alleen uitgevoerd worden met ondersteuning van een slaapoefentherapeut (slaapcoach). Als er behalve van ASS sprake is van een ontwikkelingsachterstand kan een gedragstherapeut of orthopedagoog goede diensten bewijzen.

1. Graduated  extinction (geleidelijk aan afstand nemen) Kinderen die alleen in aanwezigheid van een van de ouders in slaap kunnen vallen, hebben ook ’s nachts een ouder nodig om weer in slaap te vallen als ze wakker zijn geworden. Doe je dat niet, dan zullen die kinderen net zolang uit bed komen of gillen tot je toegeeft.

2. Bedtime fading (opschuiven van de bedtijd) Als je het kind veel later naar bed brengt dan gebruikelijk kun je ervoor zorgen dat het kind extra slaperig is. Als dit lukt, kun je de bedtijd heel geleidelijk naar een eerder tijdstip verplaatsen.

Bij kinderen met een ontwikkelingsleeftijd boven vijf jaar kan cognitieve gedragstherapie worden toegepast. Ook hiervoor kun je bij een slaapoefentherapeut terecht.

Als slaaphygiënemaatregelen niet of niet genoeg helpen noemt de richtlijn van de American Academy of Neurology melatonine eerste keus als slaapmiddel bij kinderen en volwassenen met autisme. Het advies is om 30-60 minuten voor het naar bed gaan een lage dosis melatonine te geven (1-3 mg). Helaas wordt niet gewaarschuwd dat iemand met ASS wellicht melatonine te traag afbreekt. Dit is namelijk bij ongeveer een kwart van de mensen met ASS het geval. Door de trage afbraak kan het zijn dat de ingenomen dosis melatonine de volgende avond niet volledig is afgebroken. Daardoor kan er na enkele weken ook overdag sprake zijn van een hoge melatoninespiegel. Dit ontregelt het slaap-waakritme en helpt melatonine steeds slechter. Dit begint met ’s nachts vaker wakker worden. Of sprake is van een (beginnende) melatoninestapeling kan worden vastgesteld door tijdens de behandeling met melatonine overdag (tussen 12.00 en 14.00 uur) de melatoninespiegel te meten. Deze test kun je via deze website aanvragen.

Bron
Williams Buckley A, Hirtz D, Oskoui M, et al. Practice guideline: Treatment for insomnia and disrupted sleep behavior in children and adolescents with autism spectrum disorder: Report of the Guideline Development, Dissemination, and Implementation Subcommittee of the American Academy of Neurology [published online ahead of print, 2020 Feb 12]. Neurology. 2020;10.1212/WNL.0000000000009033. doi:10.1212/WNL.0000000000009033

ADHD door sociale jetlag

Als je tot ’s avonds laat gebruikmaakt van sociale media en te laat in slaap valt, verstoort dat je bioritme en kan dat overdag ADHD veroorzaken. Dit blijkt uit onderzoek van Niall McGowan en collega’s van de Universiteit van Ierland. Zij onderzochten bij 188 gezonde studenten de invloed van te laat en op onregelmatige tijden naar bed gaan en in slaap vallen op alertheid en prestaties overdag. Hierbij bleek dat naarmate iemand een onregelmatiger slaappatroon heeft, zijn prestaties overdag afnamen.

De biologische klok in ons lichaam geeft via het melatonineritme aan wanneer het tijd is om te gaan slapen en wanneer je wakker wordt. Tijdens de slaap voltrekken zich andere stofwisselingsprocessen en treedt herstel op van overdag aangerichte schade. Naarmate je minder gehoor geeft aan dit ritme, door ’s avonds te laat naar bed te gaan of te lang bezig te zijn op sociale media, ontregelt dat je biologische klok. Dit leidt weer tot slaapproblemen waardoor het steeds moeilijker wordt om ’s avonds op tijd naar bed te gaan en ’s morgens op tijd op te staan.
Er ontstaat daardoor als het ware een vicieuze cirkel van steeds slechter slapen en een steeds grotere verstoring van het bioritme. Overdag leidt dit ertoe dat je minder uitgerust bent en slechter presteert. Deze ontregeling van het bioritme heet ‘sociale jetlag’. Aanvankelijk werd dit begrip vooral gebruikt voor stoornissen in het bioritme die worden veroorzaakt door verschillen in slaappatroon tussen werkdagen (te korte slaapduur doordat de wekker vroeg afgaat) en weekend (te laat naar bed en te lang uitslapen). Dit geldt ook voor kinderen die op schooldagen te laat gaan slapen doordat ze te lang bezig zijn met sociale media. Door het blauwe licht van het beeldscherm van mobieltjes en tablets wordt ’s avonds het tijdstip waarop de melatonineaanmaak begint naar een later tijdstip verschoven. Als de wekker afgaat is de melatonineaanmaak nog lang niet begonnen aan de daling. Als je in het weekend probeert je slaaptekort in te halen door lang uit te slapen worden de verschillen tussen het slaappatroon op schooldagen en vrije dagen zo groot dat het bioritme verder verstoord raakt en tot een sociale jetlag leidt.

Niall McGowan en collega’s van de Universiteit van Ierland onderzochten het probleem van de ‘sociale jetlag’ bij 188 gezonde studenten. Allereerst onderzochten zij het bioritme (chronotype) van de studenten, om onderscheid te kunnen maken tussen studenten met een ‘vroeg’ bioritme (vroeg naar bed en vroeg wakker: ‘ochtendmensen’), studenten met een ‘laat’ bioritme (laat naar bed en ’s morgens laat wakker: ‘avondmensen’) en studenten met een ritme dat er tussenin lag (‘normaal slaap-waakritme’). Op basis van de verschillen tussen slaap op werkdagen en vrije dagen, kon worden uitgerekend hoe groot de sociale jetlag was. Ook moesten de studenten vragenlijsten invullen waarmee ze kwaliteit van hun slaap moesten beoordelen. Voor de prestaties overdag werd een veelheid van tests gebruikt die allerlei onderdelen van prestaties en gedrag aangeven (neurocognitieve tests).

Uit dit onderzoek bleek dat naarmate iemand een onregelmatiger slaappatroon heeft, de prestaties overdag afnamen. De mate van alertheid en het vermogen om de juiste beslissingen te nemen verminderden. Impulsiviteit en de neiging tot het nemen van riskante beslissingen groeiden juist. Naarmate de hoeveelheid slaap afnam en de sociale jetlag toenam, ontstonden steeds meer kenmerken van ADHD. De vraag is daarom of er bij kinderen bij wie de diagnose ADHD wordt gesteld, eigenlijk sprake is van de gevolgen van sociale jetlag. In plaats van het voorschrijven van Ritalin, Concerta of methylfenidaat is het beter om eerst naar het slaap-waakritme te kijken.

Veel kinderen met de diagnose ADHD hebben slaapproblemen. Het is dan de vraag of de slaapproblemen veroorzaakt worden door ADHD, of dat de ADHD-kenmerken veroorzaakt worden door onvoldoende slaap. Daar komt bij dat medicijnen die bij ADHD worden voorgeschreven ook kunnen leiden tot slaapproblemen. Vaak zijn oorzaak en gevolg niet goed van elkaar te onderscheiden.

Bron
McGowan NM, Uzoni A, Faltraco F, Thome J, Coogan AN. The impact of social jetlag and chronotype on attention, inhibition and decision making in healthy adults (published online ahead of print, 2020 Jan 14). Sleep Res. 2020;e12974. doi:10.1111/jsr.12974