Coronapatiënten met overgewicht en melatonine

Dat meer mensen met overgewicht door een coronainfectie op de IC belanden heeft te maken met een tekort aan melatonine.

Tweederde van de coronapatiënten op de intensive care heeft overgewicht. Dit vertelde Diederik Gommers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC), in het tv-programma Jinek. Ook andere IC-artsen hebben de ervaring dat veel patiënten die met coronaverschijnselen op de IC belanden, fors overgewicht hebben. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat mensen met overgewicht vaker dan gemiddeld suikerziekte, hoge bloeddruk en/of hart- en vaatzieken hebben. Dat zou ze kwetsbaarder maken voor virusaandoeningen, aldus IC-artsen.

Opmerkelijk is dat in Nederland een relatie met melatoninetekort nog steeds niet wordt genoemd, terwijl Chinese corona-artsen dit wel doen. Tussen alle risicofactoren voor een ernstig beloop van de corona-infectie ligt een verbinding met lage melatoninespiegels. Melatonine speelt namelijk een zeer belangrijke rol bij het goed functioneren van het eigen immuunsysteem. Naarmate de leeftijd stijgt neemt de nachtelijke aanmaak van melatonine langzaam af. Zestigjarigen maken nog maar de helft aan van de hoeveelheid melatonine die twintigjarigen aanmaken. Dat ze ziekte bij kinderen zo mild verloopt, komt wellicht mede doordat kinderen tot in de puberteit twee- tot driemaal zoveel melatonine aanmaken dan jongvolwassenen.

Dat lage melatoninespiegels te maken kunnen hebben met een groter risico op ernstig verloop van een corona-infectie wil niet per se zeggen dat het behandelen van coronapatiënten zinvol is. Dat zal eerst dubbelblind onderzocht moeten worden. Over een eventueel gunstig effect van melatonine op een coronavirusinfectie is nog geen ervaring opgebouwd. Dat is logisch, want dit virus is nieuw. De meeste ervaring met het behandelen van corona-infecties is opgedaan in China. Op basis van hun ervaringen noemen dokter Zhou en collega’s in het maartnummer van het medisch tijdschrift Cell Discovery van Nature melatonine een potentieel bruikbaar geneesmiddel. Mede door de anti-oxidantwerking en door het afremmen van de ontstekingsreactie kan melatonine de overlevingskansen vergroten waardoor het eigen immuunsysteem meer tijd krijgt het virus te overwinnen.

Dit lijkt een simpele verklaring. Uitleggen hoe melatonine dat doet, is echter vrij ingewikkeld. Bij een virusinfectie wordt het immuunsysteem geactiveerd. Dat is een nuttige reactie van het lichaam om het virus te bestrijden. Het coronavirus veroorzaakt echter zo’n heftige reactie van het immuunsysteem, dat het NLRP3-inflammasoom wordt geactiveerd en overmatig veel cytokinen (afweerstoffen) worden geproduceerd. Deze extreme reactie kan leiden tot de uitstoot van zoveel cytokinen dat niet alleen het virus wordt aangevallen, maar ook eigen weefselcellen. Melatonine remt het NLRP3-inflammasoom af en draagt er daardoor toe bij dat het immuunsysteem minder snel ontregeld raakt bij ernstige virusinfecties.

Oudere mensen met een aantal specifieke bijkomende ziekten lopen een extra hoog risico een corona-infectie met een ernstiger beloop te krijgen. Dat is op zich niet vreemd. Maar heeft dat ook iets te maken met melatonine? Bij mensen met lage melatoninespiegels zie je vaker medische problemen, zoals hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, nierziekten en diabetes. Ook bij mensen met ouderdomsziekten, zoals alzheimer en parkinson zie je vaker lage melatoninespiegels. Daling van de melatoninespiegel is een onderdeel van het ouder worden. Mensen bij wie de melatoninespiegel sneller daalt, lopen mede daardoor een grotere kans op het krijgen van ouderdomsziekten. Omgekeerd hebben mensen met ouderdomsziekten lagere melatoninespiegels dan leeftijdgenoten zonder deze aandoeningen. Dit kan verklaren waarom ouderen, met name degenen die bijkomende aandoeningen hebben, bij een corona-infectie meer risico lopen op een ernstig verloop.

Mannen lijken kwetsbaarder te zijn voor een corona-infectie dan vrouwen. Meer dan 60 procent van de in het ziekenhuis opgenomen patiënten is man, terwijl mannen even vaak een corona-infectie oplopen als vrouwen. Ook overlijden er meer mannen aan een corona-infectie dan vrouwen. Ook dit kan wijzen op een verband met melatonine. Mannen hebben namelijk lagere melatoninespiegels dan vrouwen.

Veel mensen met een corona-infectie hebben ernstige slaapproblemen. Ook dat kan het gevolg zijn van lage melatoninespiegels. Er is nu geen tijd om uitgebreid onderzoek te doen naar het nut van het gebruik van melatonine bij de preventie of behandeling van een corona-infectie. Het is daarom raadzaam om ’s avonds melatonine te gaan gebruiken. Een dosis van 1 mg lijkt voldoende. Zie voor de gebruiksaanwijzing de melatoninebijsluiter. Tijdens een corona-infectie kan het zinvol zijn om een hogere dosis melatonine te gebruiken, bijvoorbeeld 3 mg.

De vraag is of een extra hoge dosis melatonine nog wel veilig is. Voor de meeste mensen geldt dat een hoge dosis melatonine geen enkel probleem zal geven, omdat melatonine in het lichaam erg snel wordt afgebroken. Binnen twee uur na inname is de helft van de ingenomen dosis verdwenen. De volgende ochtend is de ingenomen dosis zelfs geheel verdwenen. Maar voor één op de tien mensen gaat dit niet op. Bij ongeveer 10 procent van de mensen is het enzym dat melatonine moet afbreken (het CYP1A2-enzym) onvoldoende actief. Zij zijn een CYP1A2 slow metaboliser. Bij hen is de volgende morgen een deel van de ’s avonds ingenomen dosis nog aanwezig. Dit zal niet meteen tot problemen leiden, maar na enkele weken stapelt de melatonine zich op en is de melatoninespiegel de hele dag en nacht hoog. Het gevolg hiervan is dat het slaap-waakcentrum ontregeld raakt en ernstige slaapproblemen kunnen ontstaan.

Of iemand melatonine wel of niet traag afbreekt kan niet alleen met een specifieke test worden vastgesteld. Met een redelijke mate van zekerheid kan het ook voorspeld worden aan de hand van de manier waarop iemand reageert op het drinken van koffie. Cafeïne wordt namelijk op dezelfde manier afgebroken door het CYP1A2-enzym als melatonine. Als iemand slecht tegen koffie kan is de kans groot dat hij een te traag werkend CYP1A2-enzym heeft. Je ziet dan bijvoorbeeld dat iemand ’s avonds geen koffie drinkt omdat hij anders moeite heeft om in slaap te vallen. Of iemand wordt bijvoorbeeld snel hyper of trillerig na het drinken van koffie. Mensen die een te traag werkend CYP1A2-enzym hebben moeten dus altijd een lagere dosis melatonine gebruiken (0,3 mg of minder). Tijdens een corona-infectie mag dit hoger zijn, maar liever niet langer dan een of twee weken.

Bronnen

Zhou Y, Hou Y, Shen J, Huang Y, Martin W, Cheng F. Network-based drug repurposing for novel coronavirus 2019-nCoV/SARS-CoV-2. Cell Discov. 2020 Mar 16;6:14. doi: 10.1038/s41421-020-0153-3. eCollection 2020

Hardeland R. Aging, Melatonin, and the Pro- and Anti-Inflammatory Networks. Int J Mol Sci. 2019;20(5):1223. Published 2019 Mar 11. doi:10.3390/ijms20051223

Imenshahidi M, Karimi G, Hosseinzadeh H. Effects of melatonin on cardiovascular risk factors and metabolic syndrome: a comprehensive review. Naunyn Schmiedebergs Arch Pharmacol. 2020;393(4):521–536. doi:10.1007/s00210-020-01822-4.

Verlaag de dosis melatonine als je stopt met roken

Roken zorgt voor een snellere afbraak van melatonine. Dat komt doordat nicotine het enzym (CYP1A2) activeert, dat melatonine afbreekt. Als dat gebeurt, kun je slechter gaan slapen. In dat geval helpt melatonine. Veel rokers slikken daarom melatonine om beter te kunnen slapen.

Als je stopt met roken en melatonine slikt, gebeurt het omgekeerde. Dan kan het juist nodig zijn om de dosis melatonine te verlagen of kun je zelfs beter met melatonine stoppen. Als je stopt met roken wordt het CYP1A2-enzym namelijk minder actief. Dat betekent dat je lichaam de melatonine trager afbreekt. Als je melatonine slikt, gaat die extra dosis problemen geven. Bij een op de tien mensen wordt de afbraak van melatonine daardoor zo traag dat de ingenomen dosis niet helemaal is afgebroken als hij de volgende avond een nieuwe dosis inneemt. De melatoninespiegel in het bloed wordt daardoor iedere dag ietsje hoger. Na enkele dagen of weken ontstaat melatoninestapeling en werkt de melatonine niet meer. Het gevolg is dat je steeds slechter gaat slapen.

Het probleem van medicijnstapeling na stoppen met roken werd ontdekt toen een man die op de wachtlijst stond voor een operatie, stopte met roken. Na een paar dagen kreeg hij last van duizeligheid, misselijkheid en braken. Dit waren bijwerkingen van het antidepressivum duloxetine (Cymbalta®) dat hij al jarenlang gebruikte. Nadat hij stopte met roken was de hoeveelheid duloxetine in zijn bloed veel te hoog geworden. De klachten verdwenen na verlaging van de dosis.

Duloxetine wordt net als melatonine afgebroken door het enzym CYP1A2. Dat geldt eveneens voor de antidepressiva clomipramine (Anafranil®), fluvoxamine (Fevarin®) en mirtazapine (Remeron®). Ook bij gebruik hiervan kan het nodig zijn de dosis te verlagen als je stopt met roken. Doe je dat niet, dan kunnen bijwerkingen ontstaan. Die bijwerkingen kunnen op hun beurt een excuus zijn om opnieuw te gaan roken.

Clomipramine, duloxetine, fluvoxamine en mirtazapine zijn de enige antidepressiva die worden afgebroken door het enzym CYP1A2. Zie voor andere medicijnen die door het enzym CYP1A2 worden afgebroken de melatoninebijsluiter. Ook caffeïne wordt overigens afgebroken door het enzym CYP1A2. Dat verklaart waarom rokers vaak veel koffie drinken.

Bronnen
Tancredi N, Kohli N. Smoking cessation and duloxetine toxicity: A case report [published online ahead of print, 2020 Feb 21]. J Am Pharm Assoc (2003). 2020;S1544-3191(20)30007-8. doi:10.1016/j.japh.2020.01.003

Ozguner F, Koyu A, Cesur G. Active smoking causes oxidative stress and decreases blood melatonin levels. Toxicol Ind Health. 2005;21(1-2):21–26. doi:10.1191/0748233705th211oa

Braam W, van Geijlswijk I, Keijzer H, Smits MG, Didden R, Curfs LM. Loss of response to melatonin treatment is associated with slow melatonin metabolism. J Intellect Disabil Res. 2010;54(6):547–555. doi:10.1111/j.1365-2788.2010.01283.x

Combinatie melatonine met famotidine kan verkeerd uitpakken

In sommige tabletten met het maagzuurremmende middel ranitidine zijn verontreinigingen aangetroffen met het kankerverwekkende N-nitrosodimethylamine (NDMA). Mensen die ranitidine gebruiken worden nu omgezet op famotidine. Dit heeft dezelfde maagzuurremmende werking. Famotidine heeft echter een (gering) remmende werking op het enzym CYP1A2 dat in de lever melatonine afbreekt. Onderzoek waaruit deze remmende invloed is gebleken is echter uitgevoerd bij mensen met een normale CYP1A2-activiteit. Bij hen is het effect van famotidine op de CYP1A2-activiteit beperkt tot een geringe afname. En dat is niet relevant voor de werking van dit enzym en dus ook niet voor de afbraak van melatonine.

Bij mensen bij wie dit CYP1A2-enzym reeds te weinig actief is (dit wordt CYP1A2 poor metaboliser genoemd), zou een geringe remming door famotidine wél relevant kunnen zijn. Bij hen kan de melatoninespiegel theoretisch gezien overdag zo stijgen dat het slaap-waakritme verstoord raakt en het effect van melatonine afneemt. Hiernaar is geen onderzoek gedaan. Ongeveer één op de tien mensen heeft een te traag werkend CYP1A2-enzym.

Voor mensen die famotidine en melatonine gebruiken, kan dit betekenen dat de afbraak van melatonine wordt vertraagd. Daardoor kan overdag nog een restant van de melatonine aanwezig zijn en na enkele weken of maanden melatoninestapeling optreden. Dit leidt op den duur tot afname van het effect van melatonine en tot verstoring van het slaap-waakritme. Als dit het geval is, moet je stoppen met het gebruik van melatonine. Als je zeker wilt weten of er bij jou sprake is van melatoninestapeling kun je een speekseltest doen om de melatoninespiegel te laten meten. Vervolgens stop je, in afwachting van de uitslag, met het gebruik van melatonine. Samen met de uitslag ontvang je een advies op hoe je eventueel verder kunt gaan met het gebruik van melatonine.

Bronnen
Nederlands Huisartsen Genootschap. Terugroepactie ranitidine vanwege mogelijke vervuiling met nitrosamines.

Reilly PE, Mason SR, Gillam EM. Differential inhibition of human liver phenacetin O-deethylation by histamine and four histamine H2-receptor antagonists. Xenobiotica. 1988;18(4):381–387. doi:10.3109/00498258809041674.

Melatonine eerste keus slaapmiddel voor mensen met autisme

Vorige week verscheen de richtlijn van de American Academy of Neurology. Die noemt melatonine als eerste keus als slaapmiddel voor kinderen en volwassenen met autisme, als slaaphygiënemaatregelen niet of niet genoeg helpen.

Meer dan de helft (tussen 44 en 83 procent) van de kinderen met een autisme spectrum stoornis (ASS) heeft slaapproblemen die het dagelijks functioneren negatief beïnvloeden. Eigenlijk elk type slaapprobleem kan voorkomen, met name problemen met in slaap vallen, ’s nachts wakker worden en uit bed komen, ’s morgens te vroeg wakker worden en niet opnieuw in slaap vallen. Ook een onregelmatig slaap-waakritme en slaperigheid overdag door een duidelijk tekort aan totale slaapduur komen vaak voor. Dat slaapproblemen bij mensen met ASS vaak voorkomen kan wellicht worden verklaard doordat stoornissen in het melatonineritme bij hen vaker voorkomen. Ook zijn kinderen met ASS zich minder bewust van tijd en sociale aanwijzingen dat het bedtijd is.

Slaapproblemen komen overigens niet alleen bij kinderen met ASS voor. Een kwart van alle (vooral jonge) kinderen heeft slaapproblemen. Maar deze nemen met het ouder worden doorgaans af. Bij kinderen met ASS is dat doorgaans niet het geval.

Onvoldoende slaap heeft een nadelige invloed op de ontwikkeling en het leervermogen van kinderen met ASS. Ook hebben kinderen met ASS overdag vaker problemen met het reguleren van hun emoties en gedrag met driftbuien als gevolg.

Slaapproblemen bij kinderen met ASS hebben negatieve invloed op de slaap van hun ouders en dus op hun functioneren overdag. Het sociale leven van de volwassenen wordt beperkt en leidt soms tot relatieproblemen bijvoorbeeld omdat de ouderes het niet eens zijn over de aanpak van het slaapprobleem van hun kind. 

Bij de behandeling van slaapproblemen bij kinderen met ASS staan slaaphygiëneadviezen bovenaan: regelmaat in dag- en nachtritme (slapen, eten, enz), geen dutjes in de vier uur vóór bedtijd en een vast bedtijdritueel van maximaal dertig minuten. Stoeien en wilde spelletjes zijn dan taboe, net als mobieltjes en andere beeldschermen.

Bij kinderen met een (ontwikkelings)leeftijd van vijf jaar en jonger kan een gedragsmatige aanpak soelaas bieden. Dit vereist veel geduld en kan eigenlijk alleen uitgevoerd worden met ondersteuning van een slaapoefentherapeut (slaapcoach). Als er behalve van ASS sprake is van een ontwikkelingsachterstand kan een gedragstherapeut of orthopedagoog goede diensten bewijzen.

1. Graduated  extinction (geleidelijk aan afstand nemen) Kinderen die alleen in aanwezigheid van een van de ouders in slaap kunnen vallen, hebben ook ’s nachts een ouder nodig om weer in slaap te vallen als ze wakker zijn geworden. Doe je dat niet, dan zullen die kinderen net zolang uit bed komen of gillen tot je toegeeft.

2. Bedtime fading (opschuiven van de bedtijd) Als je het kind veel later naar bed brengt dan gebruikelijk kun je ervoor zorgen dat het kind extra slaperig is. Als dit lukt, kun je de bedtijd heel geleidelijk naar een eerder tijdstip verplaatsen.

Bij kinderen met een ontwikkelingsleeftijd boven vijf jaar kan cognitieve gedragstherapie worden toegepast. Ook hiervoor kun je bij een slaapoefentherapeut terecht.

Als slaaphygiënemaatregelen niet of niet genoeg helpen noemt de richtlijn van de American Academy of Neurology melatonine eerste keus als slaapmiddel bij kinderen en volwassenen met autisme. Het advies is om 30-60 minuten voor het naar bed gaan een lage dosis melatonine te geven (1-3 mg). Helaas wordt niet gewaarschuwd dat iemand met ASS wellicht melatonine te traag afbreekt. Dit is namelijk bij ongeveer een kwart van de mensen met ASS het geval. Door de trage afbraak kan het zijn dat de ingenomen dosis melatonine de volgende avond niet volledig is afgebroken. Daardoor kan er na enkele weken ook overdag sprake zijn van een hoge melatoninespiegel. Dit ontregelt het slaap-waakritme en helpt melatonine steeds slechter. Dit begint met ’s nachts vaker wakker worden. Of sprake is van een (beginnende) melatoninestapeling kan worden vastgesteld door tijdens de behandeling met melatonine overdag (tussen 12.00 en 14.00 uur) de melatoninespiegel te meten. Deze test kun je via deze website aanvragen.

Bron
Williams Buckley A, Hirtz D, Oskoui M, et al. Practice guideline: Treatment for insomnia and disrupted sleep behavior in children and adolescents with autism spectrum disorder: Report of the Guideline Development, Dissemination, and Implementation Subcommittee of the American Academy of Neurology [published online ahead of print, 2020 Feb 12]. Neurology. 2020;10.1212/WNL.0000000000009033. doi:10.1212/WNL.0000000000009033

Melatonine helpt kankerpatiënten met slaapproblemen

Kankerpatiënten met slaapproblemen zijn gebaat bij een behandeling met melatonine (’s avonds) in combinatie met lichttherapie in de ochtend. Dit blijkt uit een actuele dubbelblindstudie in de VS.

Meer dan de helft van de mensen met kanker kampt met een verstoorde slaap, soms zelfs ernstig. Dit kan te maken hebben met een nachtelijk tekort aan melatonine. Onvoldoende slaap draagt betekent dat je overdag minder goed functioneert en kan ervoor zorgen dat andere klachten, zoals pijn, vermoeidheid en een depressieve stemming verergeren. Al meer dan tien jaar is bekend dat mensen met kanker ’s nachts minder melatonine aanmaken. Onderzoek naar de effectiviteit van melatonine bij slaapproblemen ligt dan ook voor de hand. Uit een zeer recent gehouden dubbelblindonderzoek blijkt dat melatonine effectief is bij het verbeteren van de slaapkwaliteit. Lichttherapie (’s morgens een halfuur voor een speciale daglichtlamp zitten) vergroot dit effect.

In de dubbelblindstudie werd een hoge dosis melatonine gebruikt (20 mg). Deze dosis is naar onze maatstaven véél te hoog. Voor het bereiken van een ‘normale’ nachtelijke melatoninespiegel in het bloed is een dosis tussen 1 en 3 mg ruim voldoende. Een te hoge dosis kan leiden tot opstapeling van melatonine in het lichaam en veroorzaakt vaak slaapproblemen doordat melatonine onwerkzaam wordt.

Melatonine wordt in de lever afgebroken door CYP1A2. Bij sommige mensen werkt dit enzym niet snel genoeg en is het minder actief (‘poor CYP1A2-metaboliser’). De oorzaak hiervan is niet een leverziekte, maar een verder onschuldige chromosoomverandering (mutatie van het gen CYP1A2), dat bij ongeveer 8 procent van alle mensen aanwezig is. Bij een te trage afbraak van melatonine kan een dosis van 1 mg al tot opstapeling van melatonine leiden. Kenmerkend voor melatoninestapeling is dat melatonine in het begin van de behandeling erg goed helpt, maar dat het effect langzaam afneemt. Dit leidt ertoe dat je ’s nachts vaker wakker wordt. Aanvankelijk blijft het inslaapeffect wel behouden. Een dosisverhoging is maar kort effectief; ophogen van de dosis verergert de melatoninestapeling alleen maar.

Melatonine is zonder recept verkrijgbaar. Helaas zit er dan geen gebruiksaanwijzing bij. Dit schijnt wettelijk verboden te zijn. Daarom hebben wij een uitgebreide bijsluiter gemaakt die je hier kunt downloaden. Daarin staat ondermeer dat bij volwassenen een dosis van 3 mg voldoende is. Melatonine kan het beste 30-45 minuten voor het gewenste tijdstip van inslapen worden ingenomen. Het inslaapeffect is sterker wanneer je het tablet fijnkauwt en enkele minuten in de mond houdt voordat je het inslikt. Je kunt in dit geval het beste binnen een kwartier na inname in bed stappen, omdat melatonine op deze manier sneller leidt tot slaperigheid.

Bronnen:
Yennurajalingam S, Carmack C, Balachandran D, Eng C, Lim B, et al. Sleep disturbance in patients with cancer: a feasibility study of multimodal therapy. BMJ Support Palliat Care. 2020 Jan 10. pii: bmjspcare-2019-001877. doi: 10.1136/bmjspcare-2019-001877. [Epub ahead of print]

Talib WH. Melatonin and Cancer Hallmarks. Molecules. 2018 Feb 26;23(3). pii: E518. doi: 10.3390/molecules23030518.

Li Y, Li S, Zhou Y, Meng X, Zhang JJ, Xu DP, Li HB. Melatonin for the prevention and treatment of cancer. Oncotarget. 2017 Jun 13;8(24):39896-39921. doi: 10.18632/oncotarget.16379.