Vertraagde slaapfase stoornis (DSPS)

De vertraagde slaapfase stoornis (medische naam DSPS ‘delayed sleep phase syndrome’) is een aandoening waarbij de slaap op zich normaal van kwaliteit en duur is, maar alleen naar een later tijdstip is verschoven. Dit betekent dat je op een later tijdstip dan gebruikelijk is voor de leeftijd slaperig wordt en in slaap kan vallen. Tegelijk heb je ’s morgens moeite om op een normaal tijdstip wakker te worden en zou je eigenlijk het liefste een groot deel van de ochtend door willen slapen.

Mensen met een naar achteren verschoven zijn ‘avondmensen’. Als dit bij je leefwijze past moet je het dan ook niet als een ‘stoornis’ beschouwen. Maar als het niet bij je dagindeling past vanwege werk of school, wordt het lastig. Want uitslapen zit er niet in als doordeweeks de wekker gaat omdat je op tijd op school of op je werk moet zijn. Vaak ben je dan ’s morgens niet goed wakker of helder in je hoofd en dat werkt negatief op school en werk prestaties. Dit lijkt ook wel op een permanente jetlag. Onvoldoende slaap kan leiden tot of bijdragen aan ADHD-achtige verschijnselen en concentratieproblemen. ADHD kan dan een gevolg zijn van de slaapstoornis, niet omgekeerd. Ook zie je dan stemmingswisselingen en prikkelbaarheid, soms met depressieve of angstige stemming.

DSPS komt bij ongeveer 7% van de mensen voor. Soms is dit het gevolg van een stoornis in de biologische klok. Maar het kan ook langzaamaan ontstaan door een verschoven leef ritme, dus te lang ’s avonds actief zijn, beeldschermgebruik etc. Hierbij is het tijdstip waarop de aanmaak van melatonine naar een later tijdstip verschoven. Om het tijdstip waarop de aanmaak van melatonine begint (DLMO, ‘dim light melatonin onset’) vast te stellen worden ’s avonds 5 metingen gedaan met een tussenpoos van een uur. Op welke tijdstippen ’s avonds speeksel voor bepaling van de DLMO afgenomen moet worden hangt af van de leeftijd en het tijdstip waarop je meestal in slaap kunt vallen. Bij jonge kinderen kan dat bijvoorbeeld tussen 6 en 10 uur ‘s avonds zijn en bij volwassenen tussen 10 uur ’s avonds en 2 uur ’s nachts.

Het melatonine ritme kan naar een vroeger tijdstip worden teruggeschoven door innemen van een lage dosis melatonine. Tijdstip van inname is meestal ongeveer 5 uur vóór het tijdstip dat de aanmaak van melatonine (DLMO tijdstip) begint. Duidelijk moet zijn dat het doel niet is om daarvan meteen al slaperig te worden, maar om het eigen melatonine ritme terug te schuiven naar een vroeger tijdstip. Zorg ‘s avonds voor getemperd licht en probeer zoveel mogelijk licht van een beeldscherm te vermijden. Licht remt namelijk de aanmaak van melatonine af.

Het is ook belangrijk om ’s morgens op tijd uit bed te gaan en niet lang uit te slapen, want dit onderhoudt het verschoven melatonine ritme. Zorg na opstaan voor zoveel mogelijk licht. Dit ondersteunt het naar voren schuiven van zijn melatonineritme. Uitslapen werkt juist averechts.

Doorgaans is voor het bepalen van de DLMO een verwijzing naar een slaapcentrum nodig. Een DLMO kan echter ook via deze website worden aangevraagd.

Avondmens cognitief sneller achteruit dan vroege vogels??

Bij avondmensen gaat het denk-, leer- en waarnemingsvermogen sneller achteruit dan bij ochtendmensen. Dit is de conclusie van een nieuw onderzoek van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Volgens de onderzoekers kun je dit wel deels beïnvloeden door onder meer gezond te eten. Maar je slaapritme tegenwerken kan volgens deze onderzoekers niet.

De eerste conclusie, namelijk dat avondmensen een hoger risico lopen op cognitieve achteruitgang, kan best eens kloppen. Maar de tweede conclusie, namelijk dat je daar niets tegen kan doen, klopt niet.

Bij het onderzoek van Anna Wenzler werden maar liefst bijna 24 duizend mensen gedurende 10 jaar gevolgd. Daarbij werd onder meer gekeken naar hun slaapritme en leefstijl en werden er cognitieve tests afgenomen. Helaas werden er geen melatoninespiegels gemeten. Een uitgelezen kans op het vinden van de oorzaak van de snellere achteruitgang bij avondmensen werd hiermee gemist.

Avondmensen voelen zich pas later op de dag energiek, waardoor het voor hen moeilijker is om in slaap te vallen. Avondmensen slapen doorgaans slechter waardoor ze ‘s morgens moelijker op gang komen. Hun leefstijl is vaak minder gezond: ze roken vaker, gebruiken meer alcohol, bewegen minder en hebben vaker overgewicht. Ziekten als diabetes type 2, kanker en dementie komen bij hen vaker voor.

Uit het onderzoek van Anna Wenzler bleek dat avondmensen na tien jaar slechter scoorden bij cognitieve tests dan ochtendmensen. Opvallend was dat dit verschil vooral werd vastgesteld bij hogeropgeleide mensen. Volgens de onderzoekers heeft dit waarschijnlijk te maken met hun slaapritme. Hogeropgeleide mensen moeten vaker vroeg naar hun werk, waardoor ze vaker een te korte nachtrust hebben. Dit heeft te maken met de instelling van hun biologische klok. Bij avondmensen begint de aanmaak van het slaaphormoon melatonine op een te laat tijdstip in de avond. Daarbij wil de biologische klok ook dat de aanmaak van melatonine ’s morgens nog langer doorgaat. Maar als je wekker ’s morgens vroeg afgaat stopt de aanmaak van melatonine zodra je uit bed stapt. De totale hoeveelheid melatonine die je die nacht aanmaakt is dan een stuk lager dan bij een normale slaapduur. Dit kan met name bij mensen die toch al een lage melatoninespiegel hebben tot gezondheidsschade leiden, zoals een verhoogd risico op kanker, dementie, hart- en vaatproblemen, diabetes en parkinson.

Volgens onderzoeker Ana Wenzler kun je weinig doen aan je biologische klok. “Je kunt wel proberen om vroeger te gaan slapen, maar als je lijf nog geen melatonine aanmaakt gaat dat niet lukken.” Dat laatste is juist, maar je kunt je biologische klok wel degelijk resetten naar een vroeger tijdstip van de avond, door inname van een lage dosis melatonine. Hierbij is het van belang om vooraf vast te stellen op welk tijdstip van de avond de eigen melatonineproductie begint, de zogeheten DLMO (dim light melatonin onset). Met deze meting kan bovendien ook worden vastgesteld of je een normale hoeveelheid melatonine aanmaakt, of dat je melatoninespiegel te laag is.

Bronnen:

NU.NL 28-5-2025 Avondmens cognitief sneller achteruit dan vroege vogel: ‘Houd rekening met ze’.

Wenzler AN, Liefbroer AC, Voshaar RCO, Smidt N. Chronotype as a potential risk factor for cognitive decline: The mediating role of sleep quality and health behaviours in a 10-year follow-up study. J Prev Alzheimers Dis. 2025 Apr 11:100168.

Braam W, Spruyt K. Reference intervals for 6-sulfatoxymelatonin in urine: A meta-analysis. Sleep Med Rev. 2022 Jun;63:101614.