Dat ouderen minder slaap nodig hebben is een fabeltje

Het is een fabeltje dat mensen naarmate ze ouder worden minder slaap nodig zouden hebben. Feit is inderdaad dat veel mensen naarmate ze ouder worden minder goed slapen. De een heeft moeite met in slaap vallen en de ander wordt ’s nachts regelmatig wakker en komt dan moeilijk weer in slaap. In het algemeen slapen ouderen ’s nachts minder lang en minder diep geslapen dan jongeren. Dat wil evenwel niet zeggen dat de slaapbehoefte bij het ouder worden afneemt. Dat veel ouderen minder goed slapen komt voor een groot deel doordat in de pijnappelklier, het deel van de hersenen dat melatonine aanmaakt, verkalkingen optreden. Dit ‘ouderdomsverschijnsel’ leidt tot afname van de aanmaak van melatonine wat er op zijn beurt voor zorgt dat de hoeveelheid slaap afneemt. Dit is slecht voor de gezondheid. Melatoninetekort is een risicofactor voor het krijgen van onder andere diabetes, hart- en vaatziekten, dementie en sommige soorten kanker. Melatoninetekort kan bovendien bijdragen aan een ernstiger verloop van COVID-19.

De hoeveelheid melatonine die iemand ’s nachts aanmaakt verschilt van persoon tot persoon. Per persoon is de hoeveelheid melatonine ’s nachts echter vrij constant. Wel neemt de hoeveelheid melatonine die iemand maakt met het ouder worden langzaam af. Mensen die van jongs af aan veel melatonine aanmaken, zullen dat tot op hoge leeftijd blijven doen, ondanks de afname tijdens het ouder worden. Maar mensen die op jonge leeftijd al weinig melatonine aanmaken, zullen door de afname tijdens het ouder worden op latere leeftijd te weinig melatonine aanmaken om nog goed te kunnen slapen.

Tegenwoordig is met een eenvoudige speekseltest vast te stellen of iemand ’s nachts veel of weinig melatonine aanmaakt. In het laboratorium kan melatonine in speeksel worden gemeten. Via deze website kun je deze test aanvragen.

Bronnen:

Goswami N, Abulafia C, Vigo D, Moser M, Cornelissen G, Cardinali D. Falls Risk, Circadian Rhythms and Melatonin: Current Perspectives. Clin Interv Aging. 2020 Nov 11;15:2165-2174. doi: 10.2147/CIA.S283342. PMID: 33204081; PMCID: PMC7666981.

Cardinali, D.P., Brown, G.M., Reiter, R.J. et al. Elderly as a High-risk Group during COVID-19 Pandemic: Effect of Circadian Misalignment, Sleep Dysregulation and Melatonin Administration. Sleep Vigilance 4, 81–87 (2020).

Hardeland R. Aging, Melatonin, and the Pro- and Anti-Inflammatory Networks. Int J Mol Sci. 2019 Mar 11;20(5):1223. doi: 10.3390/ijms20051223. PMID: 30862067; PMCID: PMC6429360.

Melatoninetekort en ongewenste kinderloosheid

Bij vrouwen die ongewenst kinderloos zijn worden vaker lage melatoninespiegels gevonden. Bij de behandeling van ongewenste kinderloosheid met IVF is de kans op een succesvolle zwangerschap groter wanneer voorafgaand aan de IVF melatonine wordt ingenomen. Lage melatoninespiegels vergroten ook het risico op diverse zwangerschapscomplicaties. Dit is een zéér korte samenvatting van twee zeer recente overzichtsartikelen (Olcese 2020 en Lateef 2020) over de rol van melatonine bij zwangerschap en de behandeling van ongewenste kinderloosheid.

Zowel bij vrouwen als bij mannen speelt melatonine een rol bij de voortplanting. Beide overzichtsartikelen benadrukken het belang van een voldoende hoge melatoninespiegel als een vrouw zwanger wil worden en als ze zwanger is. Daarbij wordt een verband gezien tussen een chronisch tekort aan nachtelijke slaap. Ongeveer een op de drie volwassenen slaapt korter dan zes uur per nacht, terwijl de normale slaapbehoefte acht uur is. De duur van de nachtelijke aanmaak van melatonine is bij hen dus met een kwart afgenomen. Bij mensen die wisseldiensten draaien is deze afname nog groter, want tijdens de slaap overdag wordt erg weinig melatonine aangemaakt.

Overigens is niet alleen de melatoninespiegel van de vrouw van belang. Ook bij mannen kan een te lage melatoninespiegel bijdragen aan een verminderde vruchtbaarheid. Een andere factor is dat de zwangerschap steeds vaker wordt uitgesteld. Omdat de melatonineproductie bij iedereen afneemt met het ouder worden, spelen lage melatoninespiegels een steeds grotere rol bij de afname van de vruchtbaarheid op latere leeftijd.

Melatonine is van het begin tot het einde van de zwangerschap noodzakelijk voor een normaal verloop ervan. Dat begint bij een goede kwaliteit van de eicel en na de bevruchting de succesvolle innesteling in het baarmoederslijmvlies. Een mislukte innesteling in het baarmoederslijmvlies is vaak terug te voeren op reactieve zuurstofcomponenten (ROS) die het embryo kunnen beschadigen. Melatonine is een zeer sterk werkzaam antioxidant en remt daardoor het ontstaan van ROS. Bij dierproeven is inmiddels aangetoond dat voldoende lichaamseigen melatonine essentieel is voor een succesvolle zwangerschap. Aanvullen van een eventueel tekort is dan effectief. Om die effectivitieit bij de mens aan te tonen is onderzoek nodig waarin bij grote groepen zwangeren het effect van extra melatonine wordt vergeleken met een even grote controlegroep die tijdens de zwangerschap geen extra melatonine slikt. Dit zogeheten dubbelblind onderzoek is weliswaar noodzakelijk voor de bewijsvoering, maar is om ethische redenen vaak moeilijk uitvoerbaar. In een aantal IVF-klinieken wordt daarom nu al extra melatonine voorgeschreven om de kans op succes te vergroten. Gebleken is namelijk dat de melatoninespiegel van vrouwen die wegens onverklaarde onvruchtbaarheid voor een behandeling naar een IVF-kliniek werden verwezen, meer dan de helft lager is dan de melatoninespiegel van vrouwen die al een of meer kinderen hebben gekregen. De vrouwen die met melatonine zijn behandeld, blijken een grotere kans te hebben op een succesvolle zwangerschap dan de vrouwen die een placebo krijgen.

Tijdens de zwangerschap is melatonine betrokken bij de normale ontwikkeling van het ongeboren kind, dat nog geen melatonine aanmaakt. Het krijgt melatonine via de placenta aangevoerd en heeft daardoor het dag- en nachtritme van de melatoninespiegel van de moeder. Vanaf het begin van de zwangerschap stijgt de melatonineproductie langzaam. Rond de geboorte is die productie bijna twee keer zo hoog als voor de zwangerschap. Dit gegeven op zich benadrukt al het kennelijke belang van melatonine tijdens de zwangerschap.

Tijdens de zwangerschap is melatonine ook betrokken bij de ontwikkeling van de placenta. Vooral de gunstige invloed op de vorming van bloedvaten vanaf het prille begin van de zwangerschap is belangrijk. Dit biedt namelijk bescherming tegen het ontstaan van hoge bloeddruk en het risico op toxicose (zwangerschapsvergiftiging). Als de bloeddruk verhoogd is, neemt de functie van de placenta af en kunnen er minder voedingsstoffen passeren. Dit leidt tot groeiachterstand van het ongeboren kind en geeft een hoger risico op zuurstofgebrek tijdens de geboorte. Onderzoek heeft uitgewezen dat de melatoninespiegels van vrouwen met zwangerschapsvergiftiging bijna 70 procent lager zijn dan die van gezonde zwangeren. Om te onderzoeken of een behandeling met melatonine beschermend werkt tegen de schadelijke gevolgen van zuurstofgebrek is dubbelblind onderzoek met placebo nodig. Ook hiervoor geldt dat het om ethische redenen moeilijk uitvoerbaar is. Daarom is gekozen voor onderzoek van navelstreng- en placentaweefsel van gezonde pasgeborenen. Het weefsel werd onderworpen aan zuurstoftekort waarna de schade werd opgemaakt. Vervolgens werd aan de helft van de stukjes weefsel melatonine toegevoegd en stelden de onderzoekers vast dat de schade was hersteld. Bij de stukjes placentaweefsel die niet met melatonine waren behandeld was de schade door zuurstoftekort niet hersteld.

De melatoninespiegel is bij iedereen ’s nachts hoger dan overdag. Dat verklaart waarschijnlijk onder andere dat de meeste spontane geboorten ’s nachts plaatsvinden. Eigenlijk zou dit ook moeten gelden voor een bevalling die wordt ingeleid. Om organisatorische redenen gebeurt dit echter meestal ’s morgens.

Tijdens de zwangerschap is melatonine nodig voor de ontwikkeling van het ongeboren kind omdat het zelf nog geen melatonine aanmaakt. Het krijgt melatonine via de placenta aangevoerd. Pas drie maanden na de geboorte begint een baby melatonine aan te maken. Krijgt de pasgeborene borstvoeding, dan krijgt hij melatonine via de moedermelk. Daardoor blijft het dag- en nachtritme van allerlei processen in het lichaam goed ingesteld. De eerste dagen na de geboorte bevat borstvoeding bovendien extra melatonine.

De vraag is uiteraard in hoeverre melatoninegebruik tijdens de zwangerschap wel veilig is. Fabrikanten van melatonine geven hierover geen inhoudelijke informatie. Ze beperken zich er veiligheidshalve toe gebruik af te raden tijdens de zwangerschap en als de moeder borstvoeding geeft: ‘vanwege de afwezigheid van klinische gegevens over het gebruik tijdens de zwangerschap en het geven van borstvoeding’.

Op beperkte schaal zijn wel enkele studies verricht naar de effecten en de veiligheid van melatoninegebruik tijdens de zwangerschap. Hierbij werd meestal een dosis van 3 mg voorgeschreven. Tot nu toe zijn alleen maar gunstige resultaten gemeld en geen bijwerkingen waargenomen. De waarschuwing op de verpakking van melatonine dat melatonine niet tijdens de zwangerschap gebruikt mag worden is dus vermoedelijk achterhaald. Het advies is echter wel om niet te veel melatonine te gebruiken. Een dosis van 1 mg is waarschijnlijk voldoende, aangezien hiermee bloedwaarden bereikt worden die de normale nachtwaarden overstijgen. Als je ’s avonds een te hoge dosis melatonine inneemt kan dit leiden tot verhoogde melatoninespiegels overdag en dat kan nadelig zijn voor het slaap-waakritme.

Of je wel of geen te lage melatoninespiegel hebt, is te meten in een kleine hoeveelheid ’s nachts afgenomen speeksel. Deze test kun je via deze website aanvragen. Door tijdens melatoninegebruik je melatoninespiegel overdag tussen 12.00 en 14.00 uur een melatoninespiegel te meten kun je erachter komen of de dosis melatonine niet te hoog is.

Bronnen:

Lateef OM, Akintubosun MO. Sleep and Reproductive Health. J Circadian Rhythms. 2020;18:1  

Olcese JM. Melatonin and Female Reproduction: An Expanding Universe. Front Endocrinol (Lausanne). 2020;11:85

Dou Y, Lin B, Cheng H, Wang C, Zhao M, Zhang J, Wu J. The reduction of melatonin levels is associated with the development of preeclampsia: a meta-analysis. Hypertens Pregnancy. 2019 Feb 22:1-8

Espino J, Macedo M, Lozano G, Ortiz Á, Rodríguez C, Rodríguez AB, Bejarano I. Impact of Melatonin Supplementation in Women with Unexplained Infertility Undergoing Fertility Treatment. Antioxidants (Basel). 2019 Aug 23;8(9)

Carlomagno G, Minini M, Tilotta M, Unfer V. From Implantation to Birth: Insight into Molecular Melatonin Functions. Int J Mol Sci. 2018 Sep 17;19(9). pii: E2802. doi: 10.3390/ijms19092802

Hobson SR, Wallace EM, Kingdom JC, Hodges RJ. A Randomized Double-Blinded Placebo-Controlled Intervention Trial of Melatonin for the Prevention of Preeclampsia in Moderate- and High-Risk Women: The MELPOP Trial. Methods Mol Biol. 2018;1710:347-352

Aly H, Elmahdy H, El-Dib M, Rowisha M, Awny M, El-Gohary T, Elbatch M, Hamisa M, El-Mashad AR. Melatonin use for neuroprotection in perinatal asphyxia: a randomized controlled pilot study. J Perinatol. 2015 Mar;35(3):186-91. doi: 10.1038/jp.2014.186. Epub 2014 Nov 13

Oorzaken van een te lage melatoninespiegel

Een melatoninetekort (hypomelatoninemie) wordt gedefinieerd als een te lage melatoninepiek of een te lage totale melatonineproductie ’s nachts, vergeleken met de ‘normale’ waarden passend bij de leeftijd. Het probleem is echter dat er geen internationaal aanvaarde ‘normaalwaarden’ zijn vastgesteld.

De hoogte van de nachtelijke melatoninepiek en de totale hoeveelheid die ’s nachts wordt aangemaakt verschillen van persoon tot persoon en zijn genetisch bepaald. Voor elk individu is de melatonineproductie constant, al neemt die na de puberteit met gemiddeld 2,5 procent per jaar af.

Aangeboren te lage melatoninespiegels (primaire hypomelatoninemie) zijn zeldzaam. Er is dan bijvoorbeeld sprake van aanlegstoornissen van de pijnappelklier of van genetische aandoeningen waarbij er een tekort bestaat van de enzymen die betrokken zijn bij de aanmaak van melatonine.

Melatoninetekort als gevolg van een ziekte (secundaire hypomelatoninemie) komt vaker voor. Te denken valt aan (ernstig) hersenletsel, beschadigingen van de nek of een hoge dwarslaesie.  Verder kunnen ook neurodegeneratieve ziekten als alzheimer en parkinson leiden tot lagere melatonineaanmaak. Ook zijn er medicijnen die de aanmaak van melatonine afremmen, zoals sommige bètablokkers en calciumantagonisten.

Lage melatoninespiegels bij mensen die géén chronische ziekte hebben en die géén medicijnen gebruiken, komen vaker voor dan tot voor kort werd aangenomen. Meestal is bij hen sprake van slaapproblemen: ze hebben moeite om in slaap te vallen, ze slapen licht en worden ’s nachts wakker  en/of worden ’s morgens te vroeg wakker. Minder activiteit van de enzymen die betrokken zijn bij de aanmaak van melatonine kan hiervan de oorzaak zijn. Deze aanleg is genetisch bepaald. Je ziet opvallend vaak dat mensen met lage melatoninespiegels ’s avonds geen koffie drinken omdat ze anders (nog) moeilijker in slaap vallen. Of je wel of niet te weinig melatonine aanmaakt kun je via deze website laten meten.

Bij slaaptekort (slaapdeprivatie) is de melatonineproductie van een individu tijdelijk lager. Bij een uur korter slapen dan gebruikelijk neemt de melatonineproductie al meetbaar af. Te kort slapen leidt bij mensen met diabetes type 2 dan ook meetbaar tot verhoogde insulineresistentie en toename van het lichaamsgewicht. Ook mensen met wisselende werktijden (ploegendienst) maken op de dagen van de nachtdienst minder melatonine aan.

De plaats op aarde heeft invloed op de hoeveelheid melatonine die ’s nachts wordt aangemaakt. In de winter (langere nachten) is de totale aanmaak wat hoger dan in de zomer. Op hogere breedtegraden (richting poolcirkel) is de aanmaak groter dan richting evenaar. Binnen een klein gebied als Nederland zijn er wat dat betreft echter geen verschillen. Mensen die in gebieden wonen waar ’s nachts weinig licht is (platteland) maken meer melatonine aan dan stedelingen. Daarom zijn adviezen over goed verduisterende gordijnen van de slaapkamer zinvol.

De meetmethode heeft invloed op de uitslag van de melatoninemeting. In speeksel is de gemeten waarde bij een persoon 2,5 keer lager dan in het bloed van dezelfde persoon.

Melatonine meten

Om te weten of je ’s nachts een normale hoeveelheid melatonine aanmaakt of juist te weinig, is een meting nodig op het hoogste punt van de melatoninecurve. Dat is bij de meeste mensen drie uur nadat ze in slaap vallen. Deze meting is dus geschikt om te bepalen of er bij iemand sprake is van melatoninetekort. Je kunt de zelftest via deze website aanvragen. Wij kunnen je dan een op de uitslag gebaseerd persoonlijk advies geven.

Om te weten of de dosis melatonine die je slikt niet te hoog is, is een speekselmeting nodig midden op de dag. Hiermee kun je tijdens een behandeling met melatonine vaststellen hoe hoog de melatoninespiegel overdag is. Normaal is deze erg laag, omdat de ’s avonds ingenomen dosis de volgende ochtend is verdwenen. Als deze te hoog is kan sprake zijn van melatoninestapeling, wat kan leiden tot slaapproblemen. Je kunt de zelftest via deze website aanvragen. Wij kunnen je dan een op de uitslag gebaseerd persoonlijk advies geven.

NB
Bij een meting van de melatoninespiegel wordt alle in het speeksel aanwezige melatonine gemeten. Melatonine die je inneemt is namelijk precies hetzelfde als melatonine die je zelf maakt. Gebruik van melatonine maakt het daarom onmogelijk om te meten hoeveel melatonine iemand zelf aanmaakt. Vandaar dat in het algemeen geadviseerd wordt om enige tijd te stoppen voor de meting. Tenzij het uiteraard  de bedoeling is om te meten of iemand melatonine goed kan afbreken of dat er tijdens melatoninegebruik opstapeling van melatonine is ontstaan.

Als je wilt meten of er sprake is van stapeling van melatonine (meting overdag), stop dan NIET met het slikken van melatonine vlak voordat je de test doet.
Als je wilt weten of je zelf voldoende melatonine aanmaakt (meting ’s nachts), STOP DAN 2 WEKEN voordat je de meting  doet.