De eerste zeven nachten na de bevalling extra veel melatonine in moedermelk

De melatonineconcentratie in borstvoeding volgt hetzelfde 24-uursritme als in de moeder. De eerste dagen na de bevalling bevat moedermelk zelfs een extra hoeveelheid melatonine. Artsen van de afdeling Neonatologie van de Universiteit van Shanghai onderzochten het melatoninegehalte van borstvoeding bij 98 vrouwen die daar net waren bevallen. Daarbij werd de melatoninespiegel in borstvoeding van de eerste paar dagen na de bevalling vergeleken met de hoeveelheid melatonine in borstvoeding vier weken later. De hoeveelheid melatonine bleek de eerste week de helft hoger te zijn dan vier weken later. Die hogere concentratie melatonine in moedermelk is erg belangrijk omdat melatonine het hersenweefsel van de pasgeborene beschermt tegen schade door zuurstoftekort tijdens de geboorte. Eventuele schade kan zo sneller ‘genezen’. Zeker de eerste week na de geboorte is het geven van borstvoeding dus erg belangrijk.

Melatonine wordt gemaakt tijdens de avond en nacht. De aanmaak stopt zodra het licht wordt. De foetus in de baarmoeder merkt niets van de afwisseling van licht en donker. Hij kan zelf geen melatonine aanmaken, maar krijgt gelukkig het melatonineritme van de moeder mee via de navelstreng. Pas drie maanden na de geboorte is de baby in staat zelf melatonine aan te maken. Tot die tijd is het kind dus geheel afhankelijk van melatonine in de moedermelk. Daarom is het geven van borstvoeding gedurende die eerste drie levensmaanden zo belangrijk. Moedermelk bevat namelijk in de loop van de avond en ’s nachts melatonine. Moeders die kolven moeten daar rekening mee houden. Je moet ’s avonds en ’s nachts gekolfde moedermelk niet overdag geven. Zo voorkom je dat het normale 24-uursritme van je baby ontregeld raakt. Ook is het belangrijk dat je zo weinig mogelijk licht aandoet als je ’s nachts je kindt voedt. Want anders rem je de aanmaak van melatonine.

Bij baby’s die tijdens de bevalling ernstig zuurstofgebrek oplopen, ontstaan in de weken na de bevalling vaak hersenbeschadigingen. Deze kunnen later leiden tot ontwikkelingsachterstand en motorische problemen (cerebrale parese).
Op dit moment doet de afdeling Neonatologie van de George Washington Universiteit daarom onderzoek met het geven van extra melatonine aan baby’s die tijdens de geboorte duidelijk zuurstoftekort (asfyxie) hebben gehad. Bij controle na zes maanden bleken van de veertien baby’s in de melatoninegroep er tien (71%) zich normaal te ontwikkelen. Van de elf pasgeborenen met zuurstoftekort die de standaardbehandeling kregen, bleken slechts drie (27%) zich normaal te ontwikkelen.

Bronnen
Qin Y, Shi W, Zhuang J, et al. Variations in melatonin levels in preterm and term human breast milk during the first month after delivery. Sci Rep. 2019;9(1):17984. Published 2019 Nov 29. doi:10.1038/s41598-019-54530-2

McKenna H, Reiss IKM. The case for a chronobiological approach to neonatal care. Early Hum Dev. 2018 Sep 8. pii: S0378-3782(18)30550-4. doi: 10.1016/j.earlhumdev.2018.08.012

Aly H, Elmahdy H, El-Dib M, Rowisha M, Awny M, El-Gohary T, Elbatch M, Hamisa M, El-Mashad AR. Melatonin use for neuroprotection in perinatal asphyxia: a randomized controlled pilot study. J Perinatol. 2015 Mar;35(3):186-91. doi: 10.1038/jp.2014.186

Het effect van supplementen bij borstkanker

Heel veel kankerpatiënten gebruiken vitaminen en andere supplementen. Uit een Amerikaans onderzoek blijkt dat tussen 64 en 81 procent van de volwassenen met kanker in de VS een of meer supplementen gebruikt. Het hoogste percentage (87%) wordt gevonden bij vrouwen met borstkanker. Dit zijn hogere cijfers dan van het gebruik van supplementen in het algemeen. Ongeveer de helft van alle volwassenen in de VS gebruikt een supplement. Dit betekent overigens niet dat supplementen enig nuttig effect hebben op het verloop van de ziekte, want dat is moeilijk te onderzoeken. Voor de meeste mensen geldt echter ‘baat het niet, schaadt het niet’. Of dat klopt, valt moeilijk vast te stellen.

Onlangs is bij 1340 vrouwen met borstkanker gericht onderzoek gedaan naar het effect dat supplementen hebben op het resultaat van chemotherapie. Voordat een vrouw begon met chemotherapie werd haar gevraagd welke supplementen zij gebruikte. Na zes maanden werd bij alle vrouwen gekeken naar het resultaat van de behandeling.

De resultaten van dit onderzoek waren bijzonder teleurstellend. Bij vrouwen die supplementen gebruikten met vitamine A, vitamine C, vitamine E, carotenoïden en co-enzym Q10 werd zes maanden na aanvang van de chemotherapie vaker een terugkeer van groei van kankercellen gevonden. Dit risico op terugkeer was ongeveer 50 procent hoger dan bij vrouwen die géén supplementen gebruikten. Bij gebruik van omega-3-vetzuren en glucosamine was de uitkomst minder slecht. Het enige supplement dat een gunstig effect had op het resultaat van de chemotherapie was melatonine! Hierbij was sprake van een verbetering van 15 procent in vergelijking met degenen die geen supplementen gebruikten.

Melatonine staat erg in de belangstelling bij onderzoekers naar nieuwe wegen bij de behandeling van borstkanker. Bestraling en chemotherapie zijn weliswaar in veel gevallen effectief, maar gaan vaak gepaard met (ernstige) bijwerkingen. Melatonine blijkt de werking van beide behandelingen zodanig te versterken dat bestraling of chemo lager gedoseerd of korter toegepast kan worden. Ook hebben de behandelingen minder bijwerkingen. De combinatiebehandeling leidt bovendien tot een grotere kans op genezing en tot een betere kwaliteit van leven. Uit recent onderzoek blijkt bovendien dat de combinatietherapie met melatonine leidt tot een afname van pijn bij vrouwen met borstkanker.

Bronnen
Ambrosone CB, Zirpoli GR, Hutson AD, et al. Dietary Supplement Use During Chemotherapy and Survival Outcomes of Patients With Breast Cancer Enrolled in a Cooperative Group Clinical Trial (SWOG S0221) [published online ahead of print, 2019 Dec 19]. J Clin Oncol. 2019;JCO1901203. doi:10.1200/JCO.19.01203

Velicer CM, Ulrich CM. Vitamin and mineral supplement use among US adults after cancer diagnosis: a systematic review. J Clin Oncol. 2008;26(4):665-673. doi:10.1200/JCO.2007.13.5905

Melatonine in moedermelk vermindert kans op autisme

Baby’s die geen borstvoeding hebben gekregen blijken later veel vaker autisme te ontwikkelen dan baby’s die wel met moedermelk werden gevoed. Dit blijkt uit een recent gepubliceerde studie van Ghozy en collega’s. Hierin werden in dertien studies kinderen met autisme met elkaar vergeleken.

Dat borstvoeding bescherming biedt tegen het ontwikkelen van autisme werd al langer vermoed. In 1988 en 1989 werden hierover al twee kleine studies gepubliceerd. Kinderen met autisme bleken daarin vaker geen borstvoeding te hebben gekregen dan kinderen zonder autisme. Het aantal kinderen dat werd onderzocht was te klein om stevige conclusies te kunnen trekken. Na 2006 werden nog eens elf studies gepubliceerd met ongeveer dezelfde uitkomst.

Door deze publicaties samen in een zogeheten meta-analyse bij elkaar op te tellen kregen Ghozy en collega’s veel beter zicht op de relatie tussen autisme en het al of niet borstvoeding krijgen. Ook konden ze onderscheid maken tussen kinderen die als baby ten minste drie of zes maanden volledige borstvoeding kregen en kinderen die al snel bijvoeding kregen. Bij kinderen die korter dan drie maanden borstvoeding kregen en al snel werden bijgevoed, verminderde het risico op autisme met ruim de helft (58%) ten opzichte van baby’s die het zonder borstvoeding moesten doen. Bij kinderen die ten minste zes maanden volledige borstvoeding kregen nam het risico op krijgen van autisme zelfs met driekwart (76%) af!

De verklaring voor de beschermende rol van borstvoeding is niet eenvoudig te geven. Aangenomen wordt dat autisme zijn oorzaak vindt in genetische aanleg, gecombineerd met invloeden van buitenaf (zoals schadelijke stoffen, straling of tekorten aan bepaalde stoffen). Moedermelk heeft een veelzijdiger samenstelling dan flesvoeding, met name als het gaat om langeketenvetzuren, antistoffen, groeifactoren en antioxidanten.

De meta-analyse van Ghozy en collega’s gaat niet verder in op de antioxidanten in moedermelk. Met name wordt verzuimd te melden dat moedermelk melatonine bevat en dat dit in flesvoeding ontbreekt. Melatonine is niet alleen van belang voor een normaal slaap-waakritme, maar ook voor de ontwikkeling van de hersenen. Een pasgeboren baby is nog niet in staat melatonine aan te maken. Na de geboorte duurt het tussen negen en vijftien weken tot de eigen melatonineproductie op gang komt. Tot die tijd is een baby dus geheel afhankelijk van melatonine die hij via de moedermelk binnenkrijgt. Omdat de eerste maanden na de geboorte van vitaal belang zijn voor de ontwikkeling van de hersenen, kan het ontbreken van melatonine door het niet krijgen van borstvoeding bijdragen aan de ontwikkeling van autisme.

Bronnen
Ghozy S, Tran L, Naveed S, Quynh TTH, Helmy Zayan A, Waqas A, Sayed AKH, Karimzadeh S, Hirayama K, Huy NT. Association of breastfeeding status with risk of autism spectrum disorder: A systematic review, dose-response analysis and meta-analysis. Asian J Psychiatr. 2019 Dec 27;48:101916. doi: 10.1016/j.ajp.2019.101916. [Epub ahead of print]

Manohar H, Pravallika M, Kandasamy P, Chandrasekaran V, Rajkumar RP. Role of Exclusive Breastfeeding in Conferring Protection in Children At-Risk for Autism Spectrum Disorder: Results from a Sibling Case-control Study. J Neurosci Rural Pract. 2018 Jan-Mar;9(1):132-136. doi: 10.4103/jnrp.jnrp_331_17.

Melatonine en de ziekte van Alzheimer

Professor R. Havekes en collega’s van de Neurobiology expertise group van de Universiteit van Groningen beschrijven in een actueel overzichtsartikel de belangrijke rol van melatonine bij de preventie en behandeling van de ziekte van Alzheimer. Andere publicaties van recente datum wijzen in dezelfde richting.

De ziekte van Alzheimer is een aandoening van de hersenen waarbij schadelijke eiwitten worden afgezet buiten (amyloid) en binnen (neurofibrillaire tangles) de zenuwcellen, waardoor deze hun functie verliezen. Dit gebeurt meestal vooral in hersengebieden die te maken hebben met geheugen, maar ook andere delen van de hersenen kunnen hierdoor worden beschadigd. Van melatonine is bekend geworden dat dit de aanmaak van het schadelijke eiwit amyloid afremt. Ook is vastgesteld dat mensen die een genetische aanleg hebben om de ziekte van Alzheimer te krijgen, verlaagde melatoninespiegels hebben al voordat de verschijnselen van de ziekte van Alzheimer zich openbaren. De lage melatoninespiegels lijken dus niet het gevolg van de ziekte van Alzheimer, maar dragen waarschijnlijk bij aan het ontstaan ervan.

Lage melatoninespiegels kunnen leiden tot slaapproblemen. Veel alzheimerpatiënten hebben problemen met in slaap vallen. Ze worden ’s nachts ook vaak wakker. Slaapproblemen beïnvloeden het herstelvermogen van het hersenweefsel negatief en versterken daarmee het ziekteproces binnenin de hersenen. Het wordt steeds duidelijker dat de verstoring van het slaap-waakritme niet alleen een gevolg is van de ziekte van Alzheimer, maar dat het ook het ziekteproces verergert. Behandeling van slaapproblemen is dus belangrijk. Daarbij lijkt het van belang om niet meteen te kiezen voor een gewoon slaapmiddel, maar eerst te meten hoe hoog de melatoninespiegel is. Want bij een te lage melatoninespiegel is het logischer om de slaapproblemen met melatonine te behandelen. Bovendien kan melatonine het ziekteproces van de ziekte van Alzheimer afremmen. Voldoende daglicht in de ochtend kan dit effect versterken.

Met de kennis van nu zou het advies aan mensen bij wie Alzheimer in de familie voorkomt, kunnen zijn hun melatoninespiegel te laten meten. Is die te laag dan kan dit duiden op een verhoogd risico op alzheimer en kan preventief gebruik van melatonine zinvol zijn. Een meting van de nachtelijke melatoninespiegel kan via deze website worden aangevraagd.

Bronnen:
Havekes R, Heckman PRA, Wams EJ, Stasiukonyte N, Meerlo P, Eisel ULM. Alzheimer’s disease pathogenesis: The role of disturbed sleep in attenuated brain plasticity and neurodegenerative processes. Cell Signal. 2019 Sep 16:109420. doi: 10.1016/j.cellsig.2019.109420. [Epub ahead of print]
Cardinali DP. Melatonin: Clinical Perspectives in Neurodegeneration. Front Endocrinol (Lausanne). 2019 Jul 16;10:480. doi: 10.3389/fendo.2019.00480. eCollection 2019.
Spinedi E, Cardinali DP. Neuroendocrine-Metabolic Dysfunction and Sleep Disturbances in Neurodegenerative Disorders: Focus on Alzheimer’s Disease and Melatonin. Neuroendocrinology. 2019;108(4):354-364. doi: 10.1159/000494889. Epub 2018 Oct 28.

De rol van melatonine bij preventie en behandeling van borstkanker

Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Behalve erfelijke factoren, spelen lage melatoninespiegels een rol bij het ontstaan van borstkanker. Melatonine beschermt tegen het ontstaan van kankercellen doordat het ’s nachts zorgt voor reparatie van DNA-schade die overdag ontstaat. Daarnaast remt melatonine de groei van kankercellen. Een overzichtsartikel dat deze maand verscheen, stelt melatonine voor als een geschikt medicijn bij de behandeling van borstkanker.

Uit studies bij proefdieren met borstkanker blijkt dat een behandeling met melatonine een gunstig effect heeft. Inmiddels zijn ook de eerste resultaten van studies met melatonine bij vrouwen met borstkanker bekend. Zo blijkt melatonine het effect van bestraling te vergroten en vermindert het de bijwerkingen ervan. Als voorafgaand aan de bestraling al wordt begonnen met de behandeling met melatonine, wordt de groei van kankercellen geremd en worden de kankercellen gevoeliger gemaakt voor de bestraling. Doorgaan met melatonine tijdens de bestraling vermindert tevens de ernst van de bijwerkingen van de bestraling. Het gunstige effect kan worden toegeschreven aan de antioxidanteigenschappen van melatonine.
Uit een ander recent verschenen medisch overzichtsartikel blijkt melatonine op verschillende manieren bij de bescherming van het lichaam tegen kanker betrokken te zijn. In de eerste plaats remt melatonine de overgang van gezonde weefselcellen in de richting van kankercellen. Dit komt doordat melatonine beschermt tegen schadelijke invloeden van toxische stoffen en straling vanuit de omgeving. De antioxidanteigenschappen van melatonine spelen hierbij een rol. In de tweede plaats remt melatonine de groeisnelheid van kankercellen. Het versterkt bovendien de werking van een behandeling (zowel medicijnen als bestraling) tegen kanker. En in de vierde plaats werkt melatonine beschermend tegen veranderingen binnen de chromosomen die te maken hebben met de veroudering van het lichaam. Er komt steeds meer bewijs voor de kankerremmende werking van melatonine, ook bij andere vormen van kanker. Inmiddels verschenen hierover veel wetenschappelijke publicaties.

Melatonine is niet alleen van belang voor het slaap-waakritme, maar blijkt ook bescherming te bieden tegen het ontstaan van kanker. Het remt bovendien de groei van kanker en het ontstaan van uitzaaiingen. Tot nu toe zijn ongeveer drieduizend wetenschappelijke artikelen over de rol van melatonine bij kanker verschenen. Duidelijk was al dat mensen met lage melatoninespiegels een groter risico lopen op het krijgen van kanker. Uit proefdieronderzoek is gebleken dat toevoegen van melatonine aan de ‘gebruikelijke’ behandeling van kanker het effect van de behandeling versterkt. Over het resultaat van dubbelblind onderzoek met melatonine bij mensen met kanker is tot nu toe echter weinig onderzoek gepubliceerd. De resultaten die er wel zijn, zijn echter zeer bemoedigend. Helaas gaat het meestal om kleine patiëntengroepen. Door onderzoeksresultaten bij elkaar op te tellen (zogeheten meta-analyse), zijn nu wel duidelijke conclusies te trekken. In de meta-analyse van Wang en collega’s (2018) zijn gegevens verwerkt van twintig publicaties over dubbelblind onderzoek met in totaal 3552 patiënten met verschillende vormen van kanker. Van hen kregen er, behalve de gebruikelijke behandeling, 1771 melatonine; 1781 patiënten kregen een placebo. Volledige of geedeeltelijke genezing trad op bij tweemaal zoveel patiënten die met melatonine waren behandeld als bij patiënten die een placebo kregen (16 tegen 7%). Ook de vijfjaarsoverleving was in de met melatonine behandelde groep tweemaal zo groot (28 tegen 14%). Bijwerkingen van de cytostatica en de bestraling kwamen twee- tot viermaal minder vaak voor. Met name moeheid en algehele lichaamszwakte (asthenie) kwamen in de met melatonine behandelde groepen ruim tweemaal minder vaak voor (19 tegen 43,5%). De auteurs van de meta-analyse trekken de conclusie dat toevoegen van melatonine aan de gebruikelijke kankerbehandeling het resultaat van de behandeling effectief kan verbeteren.

Bij mensen met kanker is in verschillende onderzoeken vastgesteld dat zij lagere melatoninespiegels hebben dan gezonde leeftijdgenoten. Ook lijken mensen met een hogere melatoninespiegel gezonder ouder te worden dan mensen die een lagere melatoninespiegel hebben. De conclusie is dat melatonine een waardevolle toevoeging is aan de behandeling bij kanker en dat het preventief gebruikt kan worden.

Of er bij jou sprake is van een normale of juist een te lage melatoninespiegel kan worden vastgesteld door de melatoninespiegel in een ’s nachts afgenomen speekselmonster te laten meten. Deze zelftest kun je via deze website bestellen. Je krijgt dan van ons behalve de uitslag ook een persoonijk advies dat is gebaseerd op deze uitslag.

Bronnen:
Amin N, Shafabakhsh R, Reiter RJ, Asemi Z. Melatonin is an appropriate candidate for breast cancer treatment: Based on known molecular mechanisms. J Cell Biochem. 2019 Apr 30. doi: 10.1002/jcb.28832. [Epub ahead of print]

Bondy SC & Campbell A. Mechanisms Underlying Tumor Suppressive Properties of Melatonin. Int J Mol Sci. 2018 Jul 27;19(8). pii: E2205. doi: 10.3390/ijms19082205.

Griffin F & Marignol L. Therapeutic potential of melatonin for breast cancer radiation therapy patients. Int J Radiat Biol. 2018 Mar 14:1-6. doi: 10.1080/09553002.2018.1446227.

Wang Y, Wang P, Zheng X, Du X.  Therapeutic strategies of melatonin in cancer patients: a systematic review and meta-analysis. Onco Targets Ther. 2018 Nov 8;11:7895-7908. doi: 10.2147/OTT.S174100. eCollection 2018.

De rol van melatoninetekort bij MS

Bij onderzoek naar nieuwe behandelmethoden van MS staat melatonine steeds meer in de belangstelling. Het afgelopen jaar verschenen maar liefst zeventien studies over de rol van melatonine bij MS! De laatste daarvan geefft een overzicht van de laatste ontwikkelingen. Hierbij wordt onder meer aandacht besteed aan melatoninetekort als achterliggende oorzaak van het ontstaan van MS. Melatoninespiegels van mensen met MS zijn 34 tot 61 procent lager dan die van gezonde controlepersonen. Dat lage melatoninespiegels medeverantwoordelijk zijn voor het ziekteproces bij MS verklaart ook dat veel mensen met MS in de zomer vaker een verergering van hun klachten ervaren dan in de winter. In de korte nachten van de zomer maakt iedereen minder melatonine aan dan in de langere winternachten. Naarmate de melatoninespiegel lager is, verloopt de ziekte bovendien vaak sneller en ernstiger.

De studie gaat uitgebreid in op de beschermende rol van melatonine tegen het ontstaan van beschadigingen in zenuwen door schadelijke invloeden van buitenaf. Melatonine speelt hierbij als antioxidant een dubbelrol door zowel zenuwcellen te beschermen tegen schade, als door schadelijke stoffen te neutraliseren.

Multiple Sclerose is een ziekte van het zenuwstelsel die één op de duizend jongvolwassenen treft. De verschijnselen van MS lopen erg uiteen: van verlies van gevoel of gezichtsvermogen, krachtverlies en evenwichtsproblemen tot pijn, spierkrampen en vermoeidheid. Bij de meeste mensen met MS verloopt de ziekte in golven met perioden waarin klachten plots ontstaan of verergeren  (shubs) en perioden waarin patiënten minder klachten ervaren of soms zelfs klachtvrij zijn. De soort klachten en de plaats van het lichaam waar ze zich voordoen, corresponderen met de plaatsen in de hersenen waar de MS op dat moment actief is. Perioden met shubs doen zich vaker voor in de lente en de zomer. Bij een minderheid van de mensen met MS verloopt de aandoening constant, zonder perioden waarin de klachten afnemen.

MS is een auto-immuunziekte. Dat betekent dat het immuunsysteem bepaalde celtypen in het lichaam niet langer als lichaamseigen herkent, maar als lichaamsvreemd en deze cellen daarom probeert op te ruimen. Bij MS wordt het beschermende laagje rond de zenuwbanen in de hersenen aangetast, waardoor deze zenuwen niet meer kunnen functioneren. Na afloop van de shub kan de schade enigszins worden hersteld en kan de functie terugkeren. Soms is de schade tijdens een shub echter dermate groot dat volledig herstel niet plaatsvindt.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat melatonine het lichaam beschermt tegen een aantal auto-immuunziekten, zoals MS. Onlangs is ontdekt dat melatonine de activiteit van bepaalde specifieke T-cellen afremt. Deze cellen zijn bij MS verantwoordelijk voor de ontstekingsreactie in de hersenzenuwen.

Inmiddels geven studies met melatonine bij MS bij proefdieren aan dat melatonine de ernst van de symptomen doet afnemen en het ziekteproces afremt. Resultaten van studies bij mensen geven aan dat de slaap verbetert en de vermoeidheidsklachten en lichamelijke beperkingen overdag afnemen. Uit een ander onderzoek blijkt dat hoe lager de melatoninespiegel van iemand met MS is, hoe meer vermoeidheidsklachten hij overdag heeft en hoe meer lichamelijke beperkingen hij ervaart. Ook is het aantal shubs groter.

Al met al voldoende redenen voor mensen met MS om hun melatoninespiegel te laten meten. Dit kan met een zelftest via deze website. Wanneer de melatoninespiegel te laag blijkt te zijn is een behandeling met melatonine raadzaam. Hierbij mag de dosis melatonine niet te hoog te zijn, omdat mensen met MS vaker problemen lijken te hebben met de afbraak van melatonine. Het gevolg hiervan is dat de melatoninespiegel ook overdag hoger wordt. Dit heeft als gevolg dat het succes in het begin van de behandeling verdwijnt en de slaapproblemen verergeren. Bij een aanvraag van de melatoninezelftest via deze website krijg je hierover een advies en zo nodig een verdere online begeleiding.

Bronnen

Yeganeh Salehpour M, Mollica A, Momtaz S, Sanadgol N, Farzaei MH. Melatonin and Multiple Sclerosis: From Plausible Neuropharmacological Mechanisms of Action to Experimental and Clinical EvidenceClin Drug Investig. 2019 May 3. doi: 10.1007/s40261-019-00793-6. [Epub ahead of print]

Sakkas GK, Giannaki CD, Karatzaferi C, Manconi M. Sleep Abnormalities in Multiple Sclerosis. Curr Treat Options Neurol. 2019 Jan 31;21(1):4. doi: 10.1007/s11940-019-0544-7.

Wurtman R. Multiple Sclerosis, Melatonin, and Neurobehavioral Diseases. Front Endocrinol (Lausanne). 2017 Oct 23;8:280. doi: 10.3389/fendo.2017.00280. eCollection 2017.

Gholipour T, Ghazizadeh T, Babapour S, Mansouri B, Ghafarpour M, Siroos B, Harirchian MH. Decreased urinary level of melatonin as a marker of disease severity in patients with multiple sclerosis. Iran J Allergy Asthma Immunol. 2015 Feb;14(1):91-7.

Farez MF, Calandri IL, Correale J, Quintana FJ. Anti-inflammatory effects of melatonin in multiple sclerosis. Bioessays. 2016 Oct;38(10):1016-26. doi: 10.1002/bies.201600018. Epub 2016 Aug 26.